|
'Multinationals krijgen totale controle
over boeren'
PENANG, 6 december 2007 - Maatschappelijke
organisaties die zich bezig houden met voedselveiligheid
maken zich meer dan ooit zorgen over de concentratie van
de macht in de landbouw. Boeren worden steeds afhankelijker
van een handvol bedrijven voor hun zaad, mest en bestrijdingsmiddelen,
en ervaren steeds meer druk om over te stappen op genetisch
gewijzigde gewassen.
Dit weekend is het 25-jarige Pesticide
Actienetwerk (PAN)
bijeen in Maleisië om te praten over de pogingen van
de grote landbouwbedrijven om de hele keten van zaad tot
supermarkt in handen te krijgen. PAN is een netwerk van
meer dan 600 ngo's, instituten en individuen in meer dan
90 landen die duurzame en rechtvaardige alternatieven zoeken
voor chemische bestrijdingsmiddelen.
Volgens de deelnemers heeft een handvol
multinationals de verkoop van landbouwchemicaliën in
handen. Syngenta, Bayer, Monsanto, BASF, Dow en DuPont beheersen
samen 85 procent van de markt ter waarde van 30 miljard
dollar (20,5 miljard euro) per jaar. Drie bedrijven - Cargill,
Archer Daniels en Bunge controleren 90 procent van
de graanhandel. DuPont en Monsanto domineren de wereldwijde
zaadhandel, waar elf firma's de helft van de verkoop beheersen.
Een kwart hiervan is genetisch gemodificeerd.
De concentratie wordt aangejaagd door
de stijgende onderzoekskosten, de toenemende vraag naar
productregistratie en de jacht op winst en marktaandeel
van de grote multinationals.
Ngo's moeten het opnemen tegen de claims
van pesticidenmerken dat hun middel veilig en duurzaam is
en gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. De wereldwijde
federatie van agrochemische multinationals, CropLife International,
presenteert zichzelf als de industrie van de 'plantwetenschap'.
Hun jaarverslag over 2007 beweert zelfs dat pesticiden goed
zijn voor het milieu, onder andere omdat het boeren zou
helpen om minder kooldioxide uit te stoten en omdat de biodiversiteit
zou worden beschermd door betere oogsten.
Eén van de meest zorgwekkende processen
ligt volgens deskundigen in de overname van de hele landbouw
door bedrijven via zogenaamde verticale integratie. Daarbij
wordt de hele voedselproductie overgenomen, van het eigendom
van het dna en de verkoop van zaad aan boeren, tot de retailmarkt
in supermarkten.
Multinationals kopen alle bedrijven
op die toegevoegde waarde kunnen creëren, zegt
Javier Souza Casadinho van het Argentijnse Studiecentrum
voor Toegepaste Technologieën bezorgd. Via contracten
met boeren kunnen ze bepalen wat, hoe en voor wie iets is
geproduceerd, en tegen welke prijs. Soms zijn het dezelfde
bedrijven die ook de middelen aan de boer leveren.
Daardoor wordt ook de overstap naar genetisch gewijzigde
gewassen makkelijker.
Verticale integratie vernietigt
de vrije markt, ten koste van mensen, zegt Antonio
A Tujan Junior, internationaal directeur van de Ibon Foundation
Inc, een sociaal-economisch onderzoeksinstituut in de Filippijnen.
De handelaren bepalen hoe de markt eruit ziet boeren
en consumenten kunnen niet anders dan volgen.
Verticale integratie zorgt er ook voor
dat zelfvoorzienende boeren worden opgenomen in de keten
van de bedrijven en daar afhankelijk van worden, met monoculturen
als gevolg. Dat klinkt efficiënt, maar het ondermijnt
de democratie en de vrije markt, waar iedereen op gelijk
niveau kan handelen.
Er zijn nieuwe strategieën
nodig om iets te doen tegen deze machtsstructuren, zeggen
campagnevoerders, zoals kiezen voor biologische landbouw.
Daarmee kan de afhankelijkheid van grote multinationals
worden tegengegaan. Tujan wil consumenten stimuleren om
niet alleen lokaal of nationaal
te kopen, maar vooral klein, direct van boerenmarkten.
Mensen moeten zich bewust worden van hoe voedsel wordt
gemaakt en consumenten moeten een keuze maken. (IPS)
|