"Israël houdt geloofwaardige
getuigen buiten Gaza"
Interview met Richard Falk
NEW YORK, 29 december 2008 - De Mensenrechtencommissaris
van de VN, Navi Pillay, gaf de Israëlische regering
de volle laag voor de arrestatie en uitzetting van mensenrechtendeskundige
Richard Falk. Falk was er op VN-missie om de mensenrechtensituatie
in de bezette gebieden te bestuderen.
Het is moeilijk uit te leggen wat
de Israëlische motieven zijn voor mijn uitwijzing,
zegt Falk. Maar de zet lijkt wel te passen in een
strategie om berichtgeving over de realiteit van de bezetting
in de regio, en met name in Gaza, zoveel mogelijk te beperken.
Falk, officieel Speciaal Rapporteur
van de Verenigde Naties voor de Mensenrechten in de Bezette
Palestijnse Gebieden, is professor Internationaal
Recht aan verschillende Amerikanase Universiteiten, waaronder
Princeton, Ohio State en de University of California.
De arrestatie en uitwijzing zijn nooit
eerder vertoond en betreurenswaardig, zei Pillay,
die klaagde dat Falk niet alleen gescheiden werd van twee
VN-medewerkers, maar ook meer dan 20 uur lang geïsoleerd
werd in de Ben Gurion luchthaven. Het werd hem daarbij verboden
zijn VN-telefoon te gebruiken. Pillay, die in zijn kritiek
werd bijgestaan door Secretaris-Generaal van de VN Ban Ki-moon,
merkte op dat mensenrechtendeskundigen van de VN geen formele
uitnodiging nodig hebben van Israël om officiële
missies uit te oefenen in de Palestijnse gebieden.
Op de vraag of Israël iets te verbergen
heeft, antwoordt Falk het volgende: In de voorbije
maanden probeerde Israël te beletten dat geloofwaardige
getuigen, zoals beursstudenten of journalisten, vertrokken
uit Gaza, en tegelijk dat gelijkaardige getuigen de regio
binnenkomen. Het is een psychologisch spel dat zeer effectief
bleek in de media, en met name in de Verenigde Staten.
IPS: Hoe zouden de VN moeten reageren op
de weigering van Israël om de Speciale Gezanten, mensenrechtenorganisaties
en journalisten toe te laten in de Bezette Gebieden?
Richard Falk:
Ik hoop dat de Verenigde Naties dit incident ernstig nemen.
Mijn uitwijzing was uiteindelijk een slag in het gezicht
van de VN en een duidelijke schending van de plichten van
Israël als lid van de Verenigde Naties. Het is belangrijk
die beslissing aan te vechten en te vermijden dat dit in
de toekomst opnieuw gebeurt.
Hoe moeilijk is het om Israël te laten
veroordelen als het zo sterk gesteund wordt door de VS,
Groot-Brittannië en Frankrijk, drie landen met vetorecht
in de Veiligheidsraad?
De geopolitieke realiteit dat grootmachten
Israël onvoorwaardelijk steunen is natuurlijk een groot
obstakel voor het Palestijnse streven naar zelfbestuur,
en het blijft de Palestijnse bevolking blootstellen aan
een harde situatie die schadelijk is voor de volkgezondheid
en het welzijn.
Maar het is belangrijk de hoop niet te
verliezen. De strijd tegen Apartheid in Zuid-Afrika leek
ook voor eeuwig geblokkeerd door politieke obstakels en
machtverhoudingen, maar onvoorziene resultaten produceerden
een positieve uitkomst die voor een groot deel het gevolg
was van een wereldwijde campagne tegen Apartheid.
Bij bezettingen kan de situatie onwrikbaar
lijken tot ze plots implodeert. De veranderingen in het
Oostblok en de Sovjetunie in de jaren negentig zijn daar
een goed voorbeeld van.
Wat zegt u op de Israëlische beschuldiging
dat u partijdig bent en vijandig staat tegenover Israël?
Ik ben nooit vijandig geweest tegenover
Israël. Mijn engagement is geweldloosheid en een rechtvaardige
vrede voor beide volkeren. Wat Israël partijdigheid
noemt, is niet meer dan mijn inspanning om de waarheid te
vertellen over wat er onder de bezetting gebeurt, en over
de wettelijke consequenties daarvan.
Ik wil met plezier het debat aangaan over
de juistheid en eerlijkheid van mijn observaties, maar dat
wil Israël natuurlijk vermijden. De beschuldigingen
van gebrek aan objectiviteit en vijandschap worden gedaan
om de aandacht af te leiden van wat telt: de feiten. Ik
wil de aandacht opnieuw verschuiven van mijn persoon naar
de situatie van het Palestijnse volk, de ontkenning van
de Palestijnse juridische rechten en de verantwoordelijkheid
van de VN en soevereine staten om de Palestijnse catastrofe
een halt toe te roepen.
Klopt het dat Israël in de voorbije
drie jaar zeven bezoeken door Speciale Rapporteurs van de
VN heeft toegelaten?
Wat klopt is dat mijn voorganger, John
Dugard, als Speciale Rapporteur zeven bezoeken gemaakt heeft.
Toen zijn verslagen kritischer werden voor de bezetting,
begon Israël een harde aanval op zijn persoon, met
name toen hij de bezetting vergelijk met de omstandigheden
tijdens de Apertheid in Zuid-Afrika.
Na het einde van de ambtstermijn
van Dugard lanceerde Israël een verbeten lobbycampagne
tegen mijn kandidatuur als zijn opvolger, en leek het land
bijzonder kwaad over het mislukken van die campagne. In
het licht daarvan lijkt mijn uitwijzing uit de Bezette Gebieden
daarvan een gevolg, een signaal aan de VN dat, als Israël
zijn zin niet krijgt, ze de gevolgen zullen voelen. Het
is betreurenswaardig dat er nu zon spanning heerst
in de relatie tussen Israël en de VN. (Thalif
Deen, IPS)
|