Smash Fascism! DeWaarheid.nu
VOLKSEDITIE VOOR NEDERLAND
VCP.nu

HOME

Eén op de vijf Amsterdammers leeft in armoede

29 november 2007 - Onlangs is de Amsterdamse Armoedemonitor 2006 vrijgegeven. De gemeente steekt de vlag uit omdat het gebruik van voorzieningen is toegenomen. Maar als je beseft dat driekwart van de minima al meer dan drie jaar op een houtje bijt, is er voldoende reden om te zeggen dat het glas halfleeg is.

Het is bij zo'n armoedemonitor altijd kiezen welke informatie je naar voren brengt. Het glas kan halfleeg zijn, maar met een beetje goeie wil kun je het ook als halfvol bestempelen. Zo is bijvoorbeeld het gebruik van voorzieningen van het gemeentelijk armoedebeleid toegenomen in 2006. Ook is het aantal huishoudens met een minimuminkomen gedaald met 1,5 procent. En dat terwijl de inkomensnorm opgekrikt is van 105 procent naar 110 procent van het minimumloon. Het glas is, met andere woorden, halfvol. De gemeente presenteert deze gegevens dan ook met trots.

Toch is er voldoende reden om te zeggen dat het glas halfleeg is. Met andere woorden: het gaat nog steeds niet veel beter met mensen aan de onderkant van de samenleving. De totale hoeveelheid arme Amsterdammers is bijvoorbeeld gelijk gebleven. Het gaat in totaal om 14.568 mensen; dat is 20 procent van de bevolking. Nog anders gezegd: één op de vijf Amsterdammers leeft in armoede.

Weliswaar waren de alleenstaande Amsterdammers in 2006 iets minder arm dan in 2005, maar de huishoudens waar meerdere mensen wonen zijn juist armer geworden. En die huishoudens hebben vaak kinderen. En die kinderen groeien dus op in armoede. Dit geldt voor maar liefst 29 procent van de jongeren. En dan heb je nog een onderscheid tussen allochtone en autochtone jongeren: van de Marokkaanse jongeren groeit 46 procent op in armoede, van de autochtone jongeren gaat het om 13 procent. Het is duidelijk dat het voor allochtonen moeilijker is zich aan de armoede te ontworstelen.

Opvallend is dat het niet alleen meer gaat om mensen met een bijstandsuitkering of een WIA-uitkering. Eén derde deel van de armen heeft een ander soort inkomen. Dit zijn de zogenaamde werkende armen: uitzendkrachten, freelancers, kleine zelfstandigen en ga zo maar door. Dit is een groeiende groep.

Schrikbarend is de toename van mensen die langdurig van een minimuminkomen moeten leven. Driekwart van de arme mensen moet het al langer dan drie jaar doen met een minimuminkomen of minder. In 2003 was dat nog 65 procent, in 2006 ging het, zoals gezegd om 74 procent. Hoelang deze mensen al op deze basis moeten rondkomen, vermeldt het rapport niet.

Met zo'n grote groep langdurige minima is het onvermijdelijk dat er schulden ontstaan. In 2006 had 21 procent van de minima een schuld. Dat is wederom één op de vijf. In 2002 gold dat nog voor 12 procent. De hoeveelheid minima met schulden is dus grofweg verdubbeld in vijf jaar tijd. (Mugweb.nl)


ARCHIEF