|
Grafschrift boven een stille oceaan.
Door Gustavo González.
SANTIAGO, 3 september 2003 (IPS) - Raúl
Zurita, van wie gezegd wordt dat hij de grootste levende
dichter in Chili is, heeft een drie jaar durende stilte
doorbroken met de bundel "INRI", een lyrische
getuigenis ter gelegenheid van de 30ste verjaardag van 11
september 1973. Op die dag greep Augusto Pinochet de macht,
het begin van een nachtmerrie waaraan pas in 1990 een einde
kwam. INRI is een poging om een land te confronteren en
te verzoenen met de pijn van dertig jaar dictatuur.
Het werk van Zurita, die in 2000 nog de
nationale literatuurprijs kreeg, valt nog het best onder
de noemer non-conformistisch onder te brengen. Onder het
militaire regime ontpopte hij zich als één
van de zeldzame Chilenen die durfden te protesteren en aan
te klagen. Op het eind van de jaren zeventig verwierf hij
de status van verschoppeling door, bij wijze van performance,
zijn gezicht te verbranden met zuur en zich te masturberen
op de drempel van het museum voor Schone Kunsten in Santiago.
Zijn continue aanklacht stamt uit eigen ervaring; tijdens
de korte periode dat hij als politieke gevangene zat opgesloten,
werd hij gemarteld.
Zurita's poëzie gaat over wereldse
zaken, maar heeft niks weg van een pamflet. Zijn gedichten
schieten vaak weg in de mystiek en hij hanteert bij voorkeur
de psalm, elegie of beurtgezang als vorm. Zijn nieuwe bundel
INRI (de koninklijke initialen boven de gekruisigde Christus)
zet die traditie voort. "INRI is de inscriptie van
de passie van het lijden, maar bovenal de voorbode van de
verrijzenis," verklaarde de dichter aan de krant La
Nación.
Chili vormt een apocalyptisch landschap
doorheen de bundel. Het land en de zee zijn bezaaid met
de lichamen van de duizenden die 'verdwenen' onder de dictatuur.
In het gedicht 'De zee' omschrijft de dichter de vermisten
als "verbazingwekkend aas" dat uitgestrooid wordt
over de zee - een verwijzing naar de gangbare praktijk om
vermeende politieke tegenstanders een zeemansgraf te bezorgen
met behulp van helikopters. "Ik hoor draaikolken van
vissen het paarse vlees van het verbazingwekkende aas verorberen
... met honderden woorden die nooit uitgesproken zullen
worden." (Oí torbellinos de peces devorando
las carnes rosa de sorprendentes carnadas/ Oí millones
de peces que son tumbas con pedazos de cielo adentro,/ con
cientos de palabras que no alcanzan a decirse,/ con cientos
de flores de carne roja y pedazos de cielo en los ojos)
INRI roept de angst van een natie op die
net ontwaakt is uit een droom. Twee jaar geleden bevestigden
militairen de horrorverhalen die voor de meeste Chilenen
slechts boze geruchten waren. Volgens het rapport van de
Waarheids- en Verzoeningscommissie uit 1991 zijn 3.000 Chilenen
vermoord onder de dictatuur, van wie zo'n 1.200 via zogenaamde
'verdwijningen'. Tot het eind van de jaren 90 hield het
leger vol dat het niets wist over het lot van de vermisten.
Pas in 1999, nadat de militairen instemden met een "dialoogpanel"
met de advocaten van de nabestaanden, klapten de voormalige
beulen uit de biecht. In januari 2001 gaven het leger, de
zeemacht, de luchtmacht en de Caribineros toe dat de lichamen
van heel wat politieke gevangenen uit helikopters gedropt
werden boven de Stille Oceaan.
Zurita verbrak zijn stilte naar eigen
zeggen om een "begrafenis" van woorden te leveren
voor de slachtoffers die kransen noch bloemen kregen. "Chili
is een land dat zich pas nu bewust wordt van de enorme pijn
die veroorzaakt werd. Het is een proces dat erg diep zal
gaan," voorspelt de dichter. "Het enige wat de
poëzie kan doen, is ons leren om nog eens te kijken
naar de landschappen waarin de restanten van de vermisten
schuilen. Misschien dat de lichamen echt begraven worden
als we met andere ogen kijken."
Andere bundels van de hand van Zurita
zijn "Purgatory" (1979), "Anteparadise"
(1982), "Canto a su amor desaparecido, "El amor
de Chile" (1987), "La vida nueva" (1994),
"Militant Poems" (2000) en "Sobre el amor
y el sufrimiento" (2000).
|