|
Sicko van Michael Moore: met
Amerikaanse patiënten naar Cubaanse ziekenhuizen
Na de automobielindustrie (Roger
& me), de wapenlobby (Bowling
for Columbine) en oorlog tegen Irak (Fahrenheit
9/11) pikt Moore met de gezondheidsindustrie opnieuw
een heel machtige vijand uit. Deze industrie is goed voor
15 procent van het BNP van de Verenigde Staten. En hoewel
er in Washington per congreslid ook nog eens vier lobbyisten
van de gezondheidsindustrie rondlopen, vallen miljoenen
gewone Amerikanen compleet uit de boot.
"Verzekeringsbedrijven wijzen om
de vreemdste redenen volkomen legitieme medische claims
af", legt Moore uit. "De bedrijven zijn bij wet
verplicht zoveel mogelijk winst te maken. De enige manier
om dat te doen, is door klanten zoveel mogelijk zorg te
ontzeggen." In Sicko passeren talloze voorbeelden de
revue, onder meer van een meisje van 22 jaar dat geen behandeling
tegen kanker kan krijgen omdat twintigers volgens de statistieken
van haar verzekeraar helemaal geen kanker hebben. Of dat
van een gepensioneerd koppel dat zijn huis moet verkopen
en bij hun kind in een achterkamertje intrekken, omdat ze
hun doktersrekeningen niet kunnen betalen.
Toch is de film niet zwaar op de hand.
Net als in Farhenheit 9/11 weet Michael Moore de toon erg
luchtig te houden. Hij beperkt zich ook niet tot zeuren
en klagen, maar geeft ook aan dat "anders en beter"
vandaag al bestaat. De filmer toont in Sicko hoe het ook
kan, onder meer door de Canadese, Franse en Britse gezondheidszorg
te laten zien en zelfs in het kleine derdewereldlandje Cuba.
Moore zou Moore niet zijn als hij zijn
statement niet met een stunt de wereld zou insturen. Hij
trekt met een groep brandweermannen die na 9/11 gezondheidsproblemen
kregen maar in Amerika niet geholpen werden, naar de Amerikaanse
militaire basis van Guantánamo Bay, omdat daar, voor
de (gefolterde) gevangenen, wel degelijke gezondheidsdiensten
aanwezig zijn. Hij wordt er een beetje voorspelbaar
- weggestuurd en trekt daarom met zijn zieke brandweermannen
naar Havanna in Cuba zelf.
Daar worden ze gratis verzorgd. Een Amerikaanse
vrouw barst er in tranen uit als ze te horen krijgt dat
ze slechts 5 dollarcent hoeft te betalen voor een medicament
waarvoor ze in Amerika 120 dollar had moeten betalen.
Het is een gewaagde onderneming, niet
alleen omdat er in de VS een gevangenisstraf staat op reizen
naar Cuba. Maar ook omdat, zoals Moore op de affiche het
Amerikaanse publiek al waarschuwt: this
might hurt a little. De hele film is voor veel Amerikaanse
burgers confronterend, maar nog het meest doordat Sicko
aanhaalt dat het arme Cuba in staat is heel de bevolking
ook de armere mensen - goede en betaalbare gezondheidszorg
te bieden. Niet alleen in de steden, maar tot in de meest
afgelegen dorpjes. Moore eindigt zijn film dan ook met een
oproep. "Ik vraag het Amerikaanse publiek in opstand
te komen en geen genoegen te nemen met een presidentskandidaat
die ons land niet eindelijk een fatsoenlijke, betaalbare
gezondheidszorg voor iedereen wil beloven."
Sceptici
Moore heeft ook niet veel zin meer zich
te verdedigen tegen sceptici en critici die hem blijven
aanvallen (toen hij in 2005 de Gouden Palm won voor het
anti-Bush-manifest Fahrenheit 9/11 waren er concrete dreigementen
tegen zijn leven geuit). "Natuurlijk mogen ze het doen,
als iemand voorstander is van vrijheid van meningsuiting
ben ik het wel", legt de filmer uit. "Maar ik
hoop dat mensen me toch wel enig krediet geven na al die
keren dat ik helaas gelijk heb gekregen."
Het bedrijf General Motors, waarvoor hij
in de documentaire Roger & Me (1989) waarschuwde, is
nagenoeg failliet. Het wapenmisbruik op scholen, dat hij
in Bowling For Columbine (2002) aan de kaak stelde, is actueler
dan ooit sinds de slachting in Virginia. De redenen van
Bush om Irak binnen te vallen, die Moore betwistte in Fahrenheit
9/11 (2004), bleken inderdaad ongegrond.
Als de film niet wordt verboden, is hij
vanaf 29 juni 2007 in de Amerikaanse bioscopen te zien.
Het is nog niet bekend wanneer Sicko in Nederland gaat draaien.
Meer info:
www.michaelmoore.com
|