|
Opdracht uitgevoerd
Boekrecensie
Door de redactie
9 februari 2008 - Begin vorig jaar werd
bij uitgeverij Calbona een boek van Jaap Duppen uitgegeven
onder de titel: "Opdracht uitgevoerd". Calbona
kan al met het uitgeven van een boek beginnen wanneer duidelijk
is dat er minimaal 10 exemplaren worden afgenomen. Jaap
Duppen kwam pas na jaren zoeken bij deze uitgeverij terecht.
Dat is niet zonder reden.
"Opdracht uitgevoerd" is blijkens
de ondertitel een "verhaal over de tweede wereldoorlog
die voor Nederlandse jongens 10 jaar duurde". Duppen
geeft met deze ondertitel aan niet zoveel verschil te zien
tussen zijn ervaringen tijdens de Duitse bezetting, die
voor hem als elfjarige begonnen, en de daarop volgende tijd
waarin hij als dienstplichtig militair naar Indonesië
werd uitgezonden. Dat is menigeen tegen het zere been. Voeg
daar nog aan toe dat Duppen communist is, en dan blijkt
hoe de alom bejubelde persvrijheid in Nederland werkt. Je
krijgt voor zo'n boek bij reguliere uitgevers alleen maar
afwijzende reacties. Soms is men duidelijk over de motieven
van die afwijzing. Zo stelde één uitgever
dat hij christen is en vroeger altijd ARP stemde. De ARP
was voorstander geweest van het optreden van het Nederlandse
leger in Indonesië en dus voelde hij niets voor het
uitgeven van een boek dat dit optreden bekritiseerde. Anderen
kwamen met smoesjes.
Het is jammer dat het zo moet gaan. Grotere
uitgeverijen werken met redacties en "Opdracht uitgevoerd"
was beter leesbaar geweest als een redacteur zich er over
had gebogen. Hier en daar staan er schrijffouten in het
boek. Wat nog belangrijker is, de tekst had op een aantal
plaatsen duidelijker kunnen zijn bij een andere woordkeuze
of een andere opbouw. Voor de geïnteresseerde lezer
zal dat allemaal niet zo'n probleem zijn. Maar tegenwoordig
moet voor een bepaalde categorie mensen alles zo snel mogelijk.
Oppervlakkigheid wordt dan op de koop toegenomen. En net
voor die categorie is het boek van Jaap Duppen van het grootste
belang. We komen daar op terug.
"Opdracht uitgevoerd" is opgebouwd
uit korte hoofdstukjes waarin de schrijver eerst verteld
wat hem overkwam tijdens de Duitse bezetting en de voorbereiding
op zijn uitzending naar Indonesië. Vervolgens komt
de tijd die hij in Indonesië moest doorbrengen uitgebreid
aan de orde. Ten slotte wordt er aandacht besteed aan een
aantal perikelen die zich met betrekking tot Indonesië
tot in de jaren 90 voordeden. Tussen deze hoofdstukjes door
staan brieven die militairen vanuit Indonesië naar
hun familieleden schreven en die door het dagblad "De
Waarheid" werden gepubliceerd. Of een artikel uit "De
Groene Amsterdammer" van februari 1949 dat indertijd
nogal wat stof deed opwaaien. Ook staan er fragmenten in
uit het bataljonsgedenkboek van het onderdeel waartoe Jaap
Duppen behoorde. De schrijver toont duidelijk aan dat dit
bataljonsgedenkboek "wemelt van racistische termen
en kwalificaties".
Mensen die in politiek en geschiedenis
zijn geïnteresseerd, weten natuurlijk al het nodige
over de zogenaamde politionele acties van het Nederlandse
leger in Indonesië. Toch blijven nieuwe feiten altijd
weer verrassen. Zo was er nogal wat onrust in het leger
omdat een aantal mensen er vast van overtuigd was dat hoge
officieren voor eigen gewin technisch materiaal doorverkochten
aan de tegenstanders. Het is nooit keihard aangetoond dat
dit soort praktijken voorkwamen. Ook Duppen verwijst slechts
naar bronnen "van horen zeggen". Maar de onrust
was er wel degelijk. Er zijn zelfs mensen vermoord die met
de kwestie te maken hadden.
Men zou het hele verhaal naar het rijk
der fabelen kunnen verwijzen. Maar dat is al te makkelijk.
In oorlogssituaties is er nu eenmaal veel geld te verdienen
en dat trekt altijd weer mensen aan met kwade bedoelingen.
En de praktijk leert dat dit soort volk er meestal ook nog
in slaagt de buit veilig te stellen.
Mensen die zich zelfs in extreme situaties
fatsoenlijk proberen te gedragen, komen minder makkelijk
weg. Voor het grootste deel van de militairen die naar Indonesië
zijn gestuurd, is die oorlog nooit meer geëindigd.
Tot op de dag van vandaag komen de emoties bij iedere gelegenheid
weer boven. Dat leidt veelal tot weinig vruchtbare ruzies,
zelfs onder veteranen onderling. Duppen ziet dit goed in.
In plaats van elkaar de maat nemen, wijst hij consequent
naar de ware schuldigen van het drama dat zich toen voltrok.
En die schuldigen zijn te vinden bij de toenmalige politieke
partijen en hun kapitaalkrachtige opdrachtgevers. Die partijen
nemen zelfs decennia na het militair optreden in Indonesië
nog geen verantwoordelijkheid voor wat toen is aangericht.
Aandacht en steun voor veteranen kwamen immers maar langzaam
en onvoldoende op gang. Duppen zond in 1994 nog een brief
naar de Volkskrant waarin hij, naar aanleiding van de zoveelste
controverse over Poncke Princen, de Veteranen-platforms
oproept op te houden zich onderling te bevechten en de aandacht
te richten op de concrete noden die er nog steeds (1994!)
onder de veteranen bestaan. Zo'n brief maakt dan duidelijk
hoe gevoelig dit alles ligt. Na lang aandringen plaatste
de Volkskrant een sterk verkorte versie van deze brief.
Niet voor niets zijn de verwijzingen naar wat er allemaal
nog mis was in de bejegening van de veteranen er geheel
uit geschrapt.
Het is opvallend dat Duppen zich in zijn
boek wel wil verantwoorden voor de keuze die hij indertijd
maakte. Er bestond immers een aantal opties voor de mensen
die aan de goede kant van het conflict stonden en toch werden
uitgezonden. Maar een zeer kleine groep sloot zich in Indonesië
aan bij de "vijand". Poncke Princen is wel de
meest bekende. Minder radicaal was het weigeren naar Indonesië
te gaan. De consequentie was dan enkele jaren gevangenisstraf.
Degenen die daarvoor kozen, werden na hun vrijlating door
bijvoorbeeld de CPN als helden onthaald. Dat is natuurlijk
terecht. Maar voor vele anderen, die om politieke redenen
niet wilden maar toch gingen, was na terugkomst minder aandacht.
Ook de CPN, het ANJV en de EVC lieten hier steken vallen.
Hun ontvangst van Duppen na zijn Indonesië-jaren liet
nogal te wensen over. Dat is opmerkelijk omdat Duppen zijn
keus om toch te gaan, liet afhangen van het standpunt van
deze communistische organisaties. Men vond daar op een gegeven
moment dat er wel genoeg principiële weigeraars waren.
Aan nog een communist in de gevangenis had men niets. Beter
was het dat communisten in het leger zelf een aantal taken
op zich zouden nemen. Die taken somt Duppen in zijn boek
op. En ook die opdracht was niet zonder gevaar. Niet alleen
zagen de Indonesische vrijheidsstrijders niet aan de buitenkant
van een Nederlandse militair dat die eigenlijk aan hun kant
stond, ook vanuit het Nederlandse leger liep men risico.
Het ontplooien van communistische activiteiten binnen het
leger was verboden. Wie werd betrapt met communistische
lectuur kon rekenen op een gevangenisstraf van maximaal
een jaar. Ondanks dat heeft Duppen zijn "Opdracht uitgevoerd".
Dat wil dus zeggen, zijn opdracht vanuit de communistische
organisaties waar hij lid van was.
En hij ging nog verder dan die opdracht.
Als een van de weinige uitgezonden militairen legde hij,
telkens als hij daartoe in de gelegenheid kwam, contact
met de Indonesische bevolking. Daartoe moest hij zoveel
mogelijk van de taal leren. Op die manier bracht hij een
belangrijk communistisch principe in praktijk: de internationale
solidariteit.
Tenslotte, waarom is het boek van zo'n
groot belang voor mensen die zich slechts oppervlakkig door
de moderne media laten informeren? Er vechten op dit moment
geen Nederlandse militairen in Indonesië. Maar wel
in Afghanistan. Als we de posters bekijken die Duppen in
zijn boek heeft opgenomen, dan is de boodschap van toen
geen andere dan die van nu. Jonge mensen worden gelokt met
bijvoorbeeld aanbiedingen van opleidingen in technische
vakken. Er wordt geappelleerd aan hun zin voor avontuur.
En vooral, het doel van de militaire acties wordt als nobel
voorgesteld. Wat is het verschil tussen "Indië
moet vrij, werkt en vecht ervoor" en de huidige propaganda
omtrent Afghanistan? Indonesië hoefde toen immers net
zo min bevrijd als Afghanistan nu. In Indonesië streden
mensen op grond van politieke, religieuze en etnische tegenstellingen
tegen elkaar en, voor zover mogelijk, gezamenlijk tegen
de buitenlandse bezetter. In Afghanistan zien we hetzelfde
gebeuren.
Ook de manier van vechten kent grote overeenkomsten.
Duppen schetst het gevaar van de trekbommen. Dit waren bommen
die onder wegen verborgen werden en van een afstand tot
ontploffing werden gebracht als er een militair konvooi
overheen reed. In Afghanistan gaat dat ook zo, alleen heten
het nu bermbommen en is de techniek om ze tot ontploffing
te brengen sterk verbeterd. Het antwoord van de bezetters
is ook al niet origineel. Toen werden hele dorpen platgebrand
en vielen er talloze slachtoffers onder de burgerbevolking
die vaak maar nauwelijks van de militaire tegenstanders
te onderscheiden was. Ook hier heeft de techniek niet stilgestaan.
Bij het kleinste beetje weerstand dat de bezetters ondervinden,
regent het bommen en vallen er bij acties vaak tientallen
doden onder de burgerbevolking. Onlangs nog bekritiseerde
een gepensioneerde Nederlandse hoge militair dit optreden.
Volgens hem werkt het volkomen averechts. De oplossing zou
zijn om kleinschaliger op te treden en daarbij het risico
te lopen dat er veel meer Nederlandse militairen sneuvelen.
Tja, men rekende en rekent in die kringen met mensenlevens
alsof het niets is.
De militairen die tegenwoordig naar Afghanistan
gaan, hebben zichzelf aangemeld voor het leger. We moeten
ons toch wel afvragen of ze weten wat ze doen. Voor veel
jongeren is een baan in het leger de enige mogelijkheid
om überhaupt aan een baan te komen. Bij een aantrekkende
economie en meer keuzevrijheid op de arbeidsmarkt zakt de
animo voor het leger altijd onmiddellijk. Vandaar dat men
er op uit trekt om jongeren al op de middelbare scholen
te hersenspoelen.
Het zou een goede zaak zijn deze jongeren
ermee te confronteren dat dienst nemen en uitgezonden worden
in een onrechtvaardige oorlog niet alleen direct gevaar
betekent, maar op termijn fnuikend is voor de lichamelijke
en psychische gezondheid. We kunnen toch wel stellen dat
de doorsnee Indonesië-veteraan zijn leven lang zat/zit
opgescheept met deze gevolgen. Voor de jongere veteranen
is het niet veel anders, ongeacht of ze nu in Libanon, Bosnië,
Irak of waar dan ook gediend hebben.
Het is een goede zaak het boek van Duppen
als tegenwicht voor de promotieactiviteiten van het leger
te gebruiken.
De eerste druk van het boek is inmiddels
uitverkocht. De tweede druk komt eraan. De prijs is €
15,-- voor een boek op A4-formaat en € 20,-- voor een
'normaal' boek plus in beide gevallen € 2,64 verzendkosten
en is te bestellen bij de schrijver:
Jaap Duppen
Baden Powellweg 20A
1069 KW Amsterdam
020-6143068
E-mailadres: j.c.duppen@hetnet.nl
|