|
Roofjassen
Het waren kleine Irakese eenheden
die weerstand boden.
Voor de Amerikaanse en Britse roofjassen een proef,
een uitgelezen experiment van oorlogsgoden.
De rood-blauwe alliantie, Amerikaanse
en Britse kolonialen
van oudsher dezelfde oorlogskleuren van Yankees en Britse
opperhoofden
schoten moderne pijlen, Irak ligt dodelijke getroffen verspreid
in hospitalen.
Van zijn bronnen wordt hij chirurgisch
beroofd, tot een geolied skelet.
Mondjesmaat, voetje voor voetje wordt hij in therapie gedwongen.
In voeding aangesloten op een eenzijdig Amerikaans-Brits
voedingsnet.
In gewicht zal hij niet snel aankomen,
internationale weegschalen
handteren ondermaten, van zijn kunstschatten is hij voorgoed
beroofd!
Oorlogsplunderaars en alliantiebandieten zijn het land aan
het leeghalen.
De raffinaderijen zullen opnieuw hun aanzuigende
werking doen,
het smeermiddel voor gladlopende wereldbedrijven. Elke inbreuk
op het
afgedwongen contract stelt automatisch de ander op een noodrantsoen.
Irak werd als een historisch schilderij
neergehaald, diepe kerven en scheuren
onherstelbaar is het resultaat. Kunsthaters hebben hun dodengangen
en plaatsen, zij strijden aan beide kanten een dodenstrijd
om superieuren.
Rudy Musters, april 2003.
|