|
Twitterterreur
Er is iets geks gebeurd. Ik vind
het gek. Iets volkomen onverwacht, dat eigenlijk niet kon.
Wie had nu ooit gedacht plotseling Maarten Biesheuvel te
ontmoeten. Maarten Biesheuvel, de geniale schrijver, dat
is hij zelf van mening, maar toch een erg bijzonder man.
Het viel niet alleen mij op, ook anderen
ontwaarden hem. Het bracht een enthousiaste twittergolf
in beweging. Biesheuvel twitterde alsof hij nooit anders
had gedaan. Grappige mededelingen, luim en soms ook serieus.
Dat alles zo geformuleerd, dat ik begon te twijfelen. Was
dit wel de echte of was het een vrolijkerd die een Biesheuveltje
deed. De twijfel was na enkele berichten wel verdwenen.
Het was zo klaar als een klontje. Het was Biesheuvel niet
het was een ander, een volkomen onbekende, die met zijn
humorvolle tweets het bijna ingedutte tweetvolk weer mooi
tot leven bracht.
Zie twitter als een kroeg met veel volk
aan de toog. Iedereen groet elkaar, informeert naar gezondheid
en gezin. Een klein groepje splitst zich af, een groepje
gelijkgestemden die een stamtafeltje vormen en elkaar in
puntigheid, in korte zinnen proberen de loef af te steken.
Welnu die gast die Biesheuvel deed, ik noem hem verder Maarten,
die schoof gewoon aan en stal al snel de show. Het werd
allengs gezelliger, humor om te lachen zonder ook maar één
kwetsende intentie. Zo was het en die zondagavond ging wat
later dan normaal die verzameling twitteraars wat vrolijker
naar bed. Nu maar hopen dat Maarten zich snel weer zou willen
melden.
Hij meldde zich. Hij meldde zich bij mij.
Hij vertelde mij, dat hij niet meer Maarten was. Hij was
weer gewoon zichzelf. Niet omdat hij er genoeg van had.
Nee dat niet. Hij had zelf ook erg genoten en was nog lang
niet van plan ermee te stoppen, maar er was iets vervelends
aan de hand.
Biesheuvel had helemaal niets van zich
laten horen. Dat was ook echt niet nodig, want Biesheuvel
heeft een vriend. Een handelaar in boeken in een provinciestad,
de stad waar Henk en Ingrid een einde maakten aan het leven
van hun Turkse buurman. Die vriend had lucht gekregen van
het bestaan van Maarten en zag zijn kans schoon om zich
te laten beschijnen door het licht dat voor zijn vriend
Biesheuvel was bestemd. Hij stuurde Maarten een bericht,
een naar, brutaal bericht. Hij beval Maarten min of meer
direct te stoppen, want zijn vriend en ook de echtgenote
Eva waren buitengewoon ontstemd. Bovendien wees de handelaar
in boeken Maarten erop, dat Biesheuvel weerloos is. Maarten
bood nog overleg aan, in vriendelijke woorden. Onvermurwbaar
bleek de boekenboer.
Ik geloof dat eigenlijk niet. Dat Biesheuvel
weerloos is. Ik geloof ook niet, dat Biesheuvel wist van
dit succesvol eerbetoon. Ik geloof niet dat hij onderuitgezakt,
terneergeslagen heeft gezucht: "Zie mij hier nou, weerloos
slachtoffer van een crimineel sujet". Nee, dat is niet
gebeurd. Had Biesheuvel het geweten dan had hij hoogstens
tegen Eva gezegd: "Nou Eva, dat maakt het je wel makkelijk,
nu hoef je straks, als ik verscheiden ben, niet op zoek
naar een waardig plaatsvervanger, die heeft zich al gemeld."
Nou ja, het zij zo. Dag Maarten en dag
aangenaam vertier. Bedankt hoor, handelaar in boeken. Zo
langzamerhand worden de contouren duidelijk zichtbaar. Deze
bewoonde moerasdelta wordt het land van afschafratten. Overal
liggen verraders op de loer. Het misgunnen van elkaars plezier
is inmiddels een heuse volkssport. Schelden, onfatsoen en
onwellevendheid, daarvan is genoeg. De schreeuwers hebben
het voor het zeggen. Als een roedel processierupsen heeft
die vermaledijde ziek makende PVV-mentaliteit bezit genomen
van het gezonde verstand, dat eens in volle omvang aanwezig
is geweest.
Die boekenboer had ook de uitgever Van
Oorschot opgestookt, die op zijn beurt Maarten eveneens
bestookte met geschreeuwde bevelen. Tjonge, wat een helden.
In plaats dat er gedacht wordt dat dit misschien wel reden
is om weer eens een boek van Biesheuvel aan te schaffen.
Hij is nu immers nog in leven, dan heeft ie er nog wat aan.
De vergankelijkheid van dode schrijvers in onmiskenbaar
groot. In de door mij bezochte bibliotheek staat de plank
met Mulisch altijd vol. Een dode schrijver leeft nog even
op, zonder dat hij er zelf nog iets aan heeft. Nou ja, misschien
vormt Jan Siebelink een uitzondering, die heeft er misschien
nog wel iets aan, dat moet de tijd nog leren.
Maarten die ik sprak, vertelde mij, dat
hij op het idee kwam, omdat hij een beetje fan van Biesheuvel
is. Hij bedacht, dat Biesheuvel weer bekend zou worden als
hij eenmaal was gestorven en dat vond Maarten jammer. Hij
maakte een account, een echt account, geen nep, en noemde
zich J.M.A. Biesheuvel. Hup de lucht in en meteen was het
al raak. Plezier werd beleefd, mooie zinnen bedacht, geestigheden.
Dat alles ter ere van een groot schrijver. Geen nep-account
zoals de boekenboer en de uitgever dat noemden. Het was
een eerbetoon, nep-accounts bestaan nu eenmaal niet.
Maarten is bedroefd. Hij heeft helemaal
geen spijt van zijn leuke actie. Wel heeft hij berouw, indien
Biesheuvel inderdaad gekwetst is. Het was nooit zijn bedoeling
ook maar iemand kwaad te doen, zeker Biesheuvel niet of
zijn vrouw Eva.
Tal van reacties waren te noteren na Maartens
afscheid. Vele positief, veel teleurstelling en onbegrip.
Ook ik was er niet blij mee. Ik overweeg De Bovenkooi aan
te schaffen. Het superboek van Biesheuvel. Het is nog overal
te koop, ik koop het overal, maar beslist niet bij die boekenboer,
die mij zoveel plezier ontnam.
Eén reactie licht ik uit, van Manon
Uphoff: ......, maar waren ook als eerbetoon geslaagd, en
in tijden niet zo'n plezier aan Tweets beleefd.
Daar kan Maarten het mee doen. De handelaar
in boeken en de uitgever gun ik wel een tijdje enorm chagrijn.
Ik heb respect voor Maarten. Ik heb hem
leren kennen als een aardig leuk persoon die het kwaad niet
in de wereld heeft gebracht.
Jakob Java,
3-8-2012
|