|
De grote leider komt eraan.
De column van Commie, 2 november 2002.
Zo ongeveer in 1944 heeft zich eens een
hoog geplaatst persoon opgeworpen als redder van het vaderland.
Het nationaal-socialistische beest was op de terugtocht
en op een jeep gezeten hield onze held een feestelijke intocht.
Hij gokte er maar op dat iedereen was vergeten dat hij een
decennium eerder als lid van de Duitse nationaal-socialistische
partij nog uit volle borst het Horst Wessellied had gezongen
en dat hij niet veel later gelukstelegrammen stuurde aan
Adolfje omdat die aan een bomaanslag was ontsnapt. De gok
liep goed voor hem af. Een ander project moest echter jammerlijk
mislukken. Voor zijn plannen om middels een zachte staatsgreep
de absolute monarchie te herstellen bleek in Nederland geen
interesse. Onze heldhaftige redder was nu een treurig lot
beschoren. Als het feest was mocht hij zich van de regering
in een militair apenpak hijsen en een parade afnemen, verder
moest hij zijn tijd maar verdoen met de jacht op groot wild.
Nou ja, jacht. Op een platform in een hoge boom gezeten
liet hij enkele inlanders een tijger opdrijven die hij vervolgens
afknalde.
Toch, het bloed kruipt waar het niet gaan
kan. Het lot van de Nederlandse bevolking ging hem zo zeer
aan het hart, dat hij zich tot het uiterste inspande om
het best mogelijke wapentuig ter verdediging van die bevolking
in huis te halen. Om bijkomende redenen vond de toenmalige
regering dat opeens buiten proporties. Hij werd gestraft,
zeer wreed gestraft. In de toekomst mocht hij nooit meer
een militair apenpakkie aantrekken. Niemand weet hoelang
hij daar bij zijn dikke vriend Nicolae Ceausescu over heeft
zitten wenen. Zeker is wel dat hij jarenlang bij Nicolae
de deur platliep, tot Roemenië was leeg gevreten en
Ceausescu door het gepeupel uit zijn eigen volk werd doodgeschoten.
Ik vriend van Ceausescu?? Ceausescu?? Nooit van gehoord!
Maar geen nood, er waren inmiddels zo weinig tijgers over
dat onze rasopportunist alweer een nieuwe taak voor zich
zag weggelegd: met het Wereld Natuur Fonds tijgers beschermen.
Inmiddels was hij oud. Mensen van zijn
slag worden meestal erg oud. Werken is er niet bij dus slijten
doen ze ook niet. En als hun eens een graatje dwars in de
keel komt te zitten staat er meteen een team specialisten
klaar om het ongerief te verhelpen. Hij kon ook tevreden
zijn met het zonnetje van zijn oude dag, de echtgenote van
zijn belangrijkste kleinkind. Na lang zoeken was deze jonge
held er immers in geslaagd aan de andere kant van de wereld,
waar het nog steeds wemelt van allereerste alte Kameraden
van zijn grootvader, een bruid te vinden in de beste familietradities.
De bedenkingen die tegen deze nieuwe aanwinst onder de bevolking
de kop opstaken, werden snel onderdrukt middels een "mediaoffensief".
Alle kranten schreven enkele dagen eensgezind dat de bruid
"charmant" zou zijn en zie, alle weerstand verdween
als sneeuw voor de zon. Waaruit die charme dan wel zou bestaan,
was volstrekt onduidelijk, tenzij men twee star uiteen getrokken
lippen en twee rijen witte tanden (zoals een paard fleemt
voor een winterwortel) voor charmant houdt. De les die hij
bij dit alles leerde, was blijkbaar dat het Nederlandse
volk zich nog meer dan vroeger liet naaien en verneuken.
En toen gebeurde het. In Amsterdam hielden
twee jongelui een winkeldief aan. Wat er exact heeft plaatsgevonden
is onduidelijk, getuigen spreken elkaar tegen. Blijkbaar
werden er echter enkele ministeriële rotschoppen, ernstig
genoeg om op zijn minst de verdenking van mishandeling op
te roepen, richting de winkeldief uitgedeeld. Nu kent Nederland
een wetboek van strafvordering waarin een en ander met betrekking
tot dit soort gebeurtenissen (aanhouding door burgers, noodweer,
noodweerexces) geregeld is. Er is ook jurisprudentie waaruit
men kan leren hoe de rechterlijke macht die regels interpreteert.
Dit hoort echter allemaal tot de cultuur, de bovenbouw van
de samenleving zo men wil. Maar daar heeft de Nederlander
en de Nederlandse pers geen boodschap aan, dat is allemaal
veel te moeilijk. Nee, sensatie moeten we hebben, dat leest
lekker, dat zorgt voor oplagen, dat brengt geld op.
De grote held van ons verhaal zag onmiddellijk
zijn kans. Net als in 1944 kon hij weer eens proberen zich
in zijn rol van stuurman van het Nederlandse volk te presenteren.
Hij greep de telefoon en belde de krant. Krant? Niet echt
een krant natuurlijk. Hij richtte zich, hoe kan het ook
anders, tot dat blad dat wegens collaboratie met de Duitse
bezetter een verschijningsverbod van vijf jaar kreeg opgelegd
en dat nadien weer verder ging met het opkloppen van sentimenten
en het aanmoedigen van agressieve oplossingen. Onze held
gaf te kennen dat ook hij agressieve oplossingen prefereert,
zozeer zelfs, dat hij een eventueel door de rechterlijke
macht aan de twee jongelui opgelegde boete uit eigen middelen
zou voldoen. Kennelijk heeft hij nog ergens iets in een
oude sok, overgehouden van die al eerder genoemde bijkomende
redenen in verband met dat wapentuig. Nu is er natuurlijk
het probleem dat hij dat alles niet mag doen. In zijn positie
mag hij de rechterlijke macht niet voor de voeten lopen.
Maar ach, ons aller demissionair minister-president, die
van fatsoen moet je doen, laat deze meer dan onfatsoenlijke
overtreding van staatsrechtelijke regels maar ongemoeid.
Zoals hij ook toestond dat een minister met een belletje
de ministerraad verstoorde, een andere minister een collega
van het houden van lulverhalen betichtte en weer een ander
het uitdelen van rotschoppen propageert.
Onze vaderlandse held zal via de daarvoor
geijkte kanalen dus niet bestraft worden. Verdient hij nu,
als zich voor één van zijn onderdanen de gelegenheid
voordoet, een koekje van eigen deeg in de vorm van een doodgewone
rotschop? Welnee. Men moet zich nooit verlagen tot het peil
van de tegenstander! Overschrijding van regels, of het nu
gaat om ordinaire straatagressie of het deftig aan je laars
lappen van het staatsrecht, kan slechts vruchtbaar bestreden
worden als het in zijn context wordt geplaatst. En als we
die context er bij halen zien we een probleem dat zich niet
met het geven van rotschoppen laat oplossen. Het gaat dan
niet om een onverbeterlijke zonderling die leeft bij de
waan dat hij het Nederlandse volk moet gidsen. Het is zelfs
voor de hand liggend dat onze grote held in de huidige omstandigheden
weer eens poging waagt.
De Nederlandse bevolking verkeert in een
nooit eerder gekende staat van ontreddering. De luid verkondigde
trots op de eigen cultuur gaat gepaard met een ongekende
afbraak van diezelfde cultuur. De roep om normen en waarden
kan reclameslogans als "Kies gewoon voor jezelf"
en "Het beste is voor jou nog niet goed genoeg"
niet overstemmen. De rede is uit. Sentimentaliteit is in.
Agressieve oplossingen worden toegejuicht. Wie gaat dit
volk redden?
De tijd is rijp voor een groot leider.
Onze oude held zal het niet meer worden. Maar de kans is
groot dat het wel iemand van zijn slag zal zijn. Wie verstandig
is, zal maar vast eens gaan informeren naar de mogelijkheden
om ergens, ver van Nederland, politiek asiel aan te vragen.
|