|
Een Partij en Arbeid
Mijn bank, mijn Ziggo, mijn graf, mijn
Vaderland, onze leiders mijn hemel
een zeer groot aantal leden van p.v.d.a. stemden voor langer
werken,
verplichte werken voor aandelen bad en douche, democratisch
gefemel
mondje dicht over Irak, Afghanistan, een wandeltocht langs
grafzerken.
Deze partij met een diepgang van straat
en bakstenen bouwt geen enkele brug
goochelt met kapitaal gesneden uit de voering van het systeem
en hinkt op de loop van het geweer, hink stap en draait
op zijn gladde rooie rug
de AOW en pensioenen de prikstokken van sociaal democratisch
sociaal gefleem.
Sociaal democraten zijn geen socialisten
het rode dasje bindt de witte boorden
als de rooien komen dan zijn ze groen als de groenen komen
zijn ze rood
een verfpot rood en groen en eens en voor altijd hangend
aan twee schellenkoorden
trompettert men lof voor het systeem en schrapt banen zingend
onder het morgenrood.
Een klein groepje hangleden stemmen voor
het hele volk t genot van kapitaal zuigen
Werk, werk, werk, een luide roep van sociaal vennoten, Ja
knikkers voor langer werken
het hele volk moet het land van de arbeid redden doe je
niet mee je zult moeten buigen
Nederland heeft genoeg generaals, een zwaar betaald leger,
arbeid en handelsmerken.
In weer en wind staat de partij van de
arbeid altijd op de bres van het Kapitaal,
op een zeepkistje en rozen prevelend als bedelaar met grote
das vals rood
met gouden tandjes en historisch gezien een gigantische
kapitale staart, de moraal
sociaaldemocraten zijn geen socialisten ze vallen nog liever
hartstikke dood.
Rudy Musters, oktober 2009.
|