|
Indiase arbeiders dwingen Honda op de
knieën
Door Ranjit Devraj
NEW DELHI, 3 augustus 2005 - Japanse
investeerders leren de Indiase arbeidersbeweging kennen.
Honda Motors heeft na drie maanden harde protesten zijn
trots ingeslikt: 57 werknemers die ontslagen waren in een
Indiase vestiging, kunnen opnieuw aan de slag. Japanse dreigementen
dat de productie ook kon worden verhuisd naar China, ontketenden
een politieke rel in India.
New Delhi was maandenlang in de ban van
de stakingen in Gurgaon, een betere wijk die tot de deelstaat
Haryana behoort maar vlakbij de hoofdstad ligt. Arbeiders
konden niet verkroppen dat 57 collega's ontslagen waren
bij een onderaannemer van Honda die dagelijks 2000 motorfietsen
en scooters produceert. Op 25 juli kwam het tot een extreem
gewelddadig treffen met de politie. Meer dan 200 actievoerders
moesten na afloop in het ziekenhuis worden opgenomen, velen
met gebroken ledematen of schedelbarsten. De Indiase nieuwszenders
besteedden veel aandacht aan de zaak.
De top van Honda zegt nu dat ze "heeft
beslist de huidige situatie op te lossen met bepaalde eenmalige
maatregelen die de situatie helpen normaliseren en goodwill
en harmonie scheppen", niet alleen voor het bedrijf,
"maar voor de hele regio".
Een opmerking van de Japanse ambassadeur
in India had wat in eerste instantie een "klein managementprobleem"
was, doen uitgroeien tot een hoogoplopende rel. Yasukuni
Enoki verklaarde dat de protesten van de arbeiders een negatieve
uitwerking zouden hebben op de stroom van directe buitenlandse
investeringen naar India. Later zei de baas van de joint-venture
Toyota-Kirloskar Auto Parts dat "Indiërs zouden
moeten begrijpen dat de investeerder vele keuzes heeft en
dat China nog steeds een aantrekkelijke bestemming blijft".
Dat schoot in het verkeerde keelgat bij
de Indiase communisten. De Congress-deelstaatregering van
Haryana hield zich stil, goed wetend dat meer dan de helft
van de 150 Japanse ondernemingen in India zich in Gurgaon
bevindt. Maar columnisten uit het volledige politieke spectrum
verdrongen zich om Enoki zijn vet te geven. "Donkere
dreigementen uiten dat investeringen op het spel staan,
is nonsens. Die investeringen zijn geen liefdadigheid",
schreef de columnist T.V.R. Shenoy. Volgens hem is India
zelf een immense en groeiende markt voor goederen en diensten
die buitenlandse bedrijven niet kunnen negeren.
Enoki toonde zich verbaasd dat politici
zich in het debat mengden. Met die opmerking maakte hij
zich nog minder populair.
Tot in 1991 beperkte India de bewegingsvrijheid
van buitenlandse investeerders sterk, maar intussen kent
het land een ware boom aan directe buitenlandse investeringen.
Het haalde vorig jaar de derde plaats in de rangschikking
van meest aantrekkelijke landen in de FDI Confidence Index
van het gespecialiseerde ratingbedrijf A.T. Kearney. Dit
jaar vloeide al bijna 7 miljard dollar naar India, waarvan
een derde via Japanse bedrijven. De grootste investeerder
is Mitsubishi. De voorzitter van dat bedrijf, Naohiko Munakata,
toonde zich in het hele conflict pragmatisch en zei dat
het incident "een goede les was voor het Japanse management"
en dat Japan er goed aan doet de culturele verschillen met
India te begrijpen.
Veel Indiërs geloven dat het
incident met Honda een voorsmaakje geeft van toekomstige
geschillen die Gurgaon en andere industriecentra met buitenlandse
investeerders te wachten staan. Gurudas Dasgupta, de parlementariër
en vakbondsleider van de communistische CPI die de staking
leidde, ijvert nu nog om de opgepakte stakers uit de gevangenis
te krijgen en kondigt een algemene nationale staking aan
op 29 september. Op die dag wil hij met zijn medestanders
"de uitbuiting aanklagen van arbeiders door multinationale
ondernemingen in de naam van liberalisering en globalisering".
(IPS)
|