|
Critici zingen requiem Wereldhandelsorganisatie
GENEVE, 3 augustus 2006 - "De Wereldhandelsorganisatie
is nog niet dood, maar ze bevindt zich wel tussen intensive
care en het crematorium", grapte de Indiase handelsminister
Kamal Nath onlangs. Activisten van niet-gouvernementele
organisaties delen die inschatting.
Tegenstanders van de Wereldhandelsorganisatie
(WTO) die eerder al de mislukking van de onderhandelingen
over de verdere liberalisering van de wereldhandel hadden
voorspeld, maken zich sterk dat de organisatie achter die
gesprekken het ook niet lang meer zal uitzingen.
"Ik heb de indruk dat de WTO dodelijk
verwond is", zegt Walden Bello, professor Sociologie
aan de Universiteit van de Filipijnen en directeur van Focus
on the Global South, een niet-gouvernementele organisatie
die zich toelegt op internationale ontwikkelingsproblemen.
De WTO zag eerder ook al haar ministerconferenties in Seattle
(1999) en Cancún (2003) de mist in gaan. "Het
is erg moeilijk voor een instelling om dergelijke ontsporingen
van haar beslissingsproces te overleven".
De zogenaamde Doharonde werd op 25 juli
opgeschort nadat gesprekken tussen Australië, Brazilië,
de VS, India, Japan en de EU om de onderhandelingen tussen
de 149 lidstaten van de WTO weer vlot te krijgen, niets
hadden opgeleverd. Volgens Bello illustreert de manier waarop
de zes landen de zaak in handen namen, dat de WTO "geen
democratische organisatie is".
Donkere wolken hingen al boven de onderhandelingen
bij de lancering in 2001 in Doha. De onoverbrugbare tegenstellingen
tussen de industrielanden en de ontwikkelingslanden kwamen
toen al naar boven. De critici van de WTO voorspelden van
bij het begin dat de ronde zou mislukken.
Hoe niet-gouvernementele organisaties
nu reageren op de opschorting van de Doharonde, hangt af
van de mate waarin ze tegen de WTO gekant zijn. "Oxfam
vreest dat de crisis van het multilateralisme zich zal toespitsen,
zegt Celine Charveriat, het hoofd van de 'make trade fair'-campagne
van de organisatie.
Carin Smaller van het Amerikaanse Institute
for Agriculture and Trade Policy (IATP), is meer opgezet
dat het huidige internationale handelssysteem "in zijn
voegen kraakt." "Het verwoest de levens van kleine
boeren in alle ontwikkelingslanden, en levert kleinschalige
landbouwers in de VS ook niets op".
In het zuiden klinken ook radicale standpunten.
"Ik hoop dat de WTO in coma ligt met de dood als enige
einde", zegt de Indonesische activist Henry Saragih
van de internationale boerenorganisatie Vía Campesina.
Maar de Wereldhandelsorganisatie zal niet
zomaar verdwijnen. De organisatie telt 635 werknemers en
heeft een jaarbudget van 111 miljoen euro. De WTO blijft
ook verantwoordelijk voor het beheer van de bestaande internationale
handelsverdragen. Sommige onderdelen van de organisatie
krijgen zelfs allicht meer werk. Dat kan bijvoorbeeld het
geval zijn voor het mechanisme voor de slechting van handelsgeschillen.
Ook Bello gelooft dat de WTO gewoon zal
doorgaan, "net als de Volkenbond bleef bestaan toen
hij zijn werk niet meer deed". De voorloper van de
Verenigde Naties werd opgericht in 1919 om de wereldvrede
te bewaren, maar verloor in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog
elke autoriteit. Toch werd de organisatie pas in 1946 formeel
opgedoekt.
Volgens Bello moeten de ontwikkelingslanden
nu streven naar het ongedaan maken van nadelige afspraken
uit de Uruguay-ronde, de vorige onderhandelingsronde over
handelsliberalisering. Die gesprekken leidden tot het ontstaan
van de WTO en de opname van de handel in landbouwproducten
in het internationale handelssysteem. Bello vindt onder
meer dat de ontwikkelingslanden het akkoord over intellectuele
eigendomsrechten die verband houden met handel moeten afzwakken
of helemaal laten schrappen.
De Uruguayaan Alberto Villarreal,
een medewerker van de milieuorganisatie Friends of the Earth,
zegt dat de tijd gekomen is om na denken over alternatieve
instellingen om de wereldhandel te bevorderen. Hij oordeelt
dat de ontwikkelingslanden voor de VN moeten kiezen, en
voor een organisatie waar handelsbelangen niet op
de eerste plaats komen. Volgens Villarreal is er een
instelling nodig die het evenwicht kan bewaren tussen milieubescherming,
sociale belangen en commerciële doelstellingen. (IPS,
Gustavo Capdevila)
|