|
"Eurocrisis is symptoom van mondiale
machtsverschuiving"
UTRECHT , 9 augustus 2011 De financiële
crisis in Europa en Amerika is niet te wijten aan luie Grieken
of inhalige speculanten, maar aan een grondige herschikking
van de welvaart wereldwijd. De bloeiperiode in het Westen
is voorbij. Al betekent dat echt niet dat de euro gaat instorten.
Dat zegt Howard Nicholas, een Sri Lankaanse hoofddocent
economie aan het Institute of Social Studies in Den Haag
(ISS). Het ISS houdt zich met name bezig met internationale
samenwerking.
Volgens Nicholas zien we nu gebeuren wat
economen vaak niet willen erkennen: het kapitalisme werkt
in golven. Na elke periode van groei volgt een periode van
neergang, waarin nieuwe sectoren of landen zich gereedmaken
voor groei. "De lage groei in het Westen en de enorme
schuld zijn tekenen van het einde van zo'n cyclus. Bankiers
hebben dat uitgesteld, vanaf 2000, door enorme hoeveelheden
geld in het systeem te pompen. Maar dat levert geen echte
groei op, alleen zeepbellen, die nu knappen."
Volgens Nicholas, die tevens adviseur
is geweest van de regering van Sri Lanka, is het geen toeval
dat juist Ierland, Portugal, Italië en Griekenland
in de problemen zitten. "Dat zijn allemaal landen die
hun groei hebben gebouwd op krediet in plaats van op winst
uit productie." Een dergelijke groei is niet lang vol
te houden.
Verschuiving
De verschuiving naar ontwikkelingslanden
zal hierdoor alleen nog maar versnellen. "Grote bedrijven
verplaatsen hun activiteiten naar opkomende economieën,
maar dat doen ze nog meer in crisistijd, wanneer ze toch
fabrieken moeten sluiten en bezittingen moeten afschrijven."
Tijdens de crisis hebben ontwikkelingslanden
opvallend goed gepresteerd. Ook dit jaar zullen ontwikkelingslanden
naar schatting met 6 procent groeien, volgens de Wereldbank,
tegen 2,6 procent groei in de geïndustrialiseerde landen.
Als dat zo doorgaat, voorspelde de Aziatische Ontwikkelingsbank
(ADB) vorige week, maakt alleen al Azië in 2050 de
helft van de wereldeconomie uit.
Dat neemt niet weg dat de crisis ook heel
gevaarlijk is voor ontwikkelingslanden, zegt Nicholas. "Vooral
voor de landen die het neoliberale recept hebben gevolgd,
de markten hebben geopend, de publieke diensten hebben geprivatiseerd
en geen eigen industrie hebben opgebouwd. Veel landen produceren
maar een paar grondstoffen en moeten de rest importeren.
Het probleem is nu juist dat de prijzen heel instabiel zijn
geworden door de speculatie. En door de enorme hoeveelheden
geld die zijn bijgedrukt - dat moet ergens heen - zijn de
prijzen van voedsel en andere grondstoffen ook nog gestegen.
Dat is voor heel veel mensen enorm gevaarlijk."
Onvrede
Hoge voedselprijzen zullen leiden tot
meer uitbarstingen van onvrede, denkt Nicholas. Dat zal
echter niet alleen optreden in ontwikkelingslanden, maar
meer en meer ook in rijke landen, zoals de Verenigde Staten
en Engeland, met hun grote kloof tussen arm en rijk. Zoals
George Irvin, collega-econoom op het ISS, op zijn website
schrijft: "Globalisering vlakt het verschil uit tussen
'ontwikkeld land' en 'ontwikkelingsland', tussen rijke en
arme landen - de crisis lijkt de kloof tussen de 'haves'
en de 'have-nots' overal te vergroten."
Ontwikkelingslanden hebben nog een lange
weg te gaan, maar toch is de toekomst aan hen, zegt Nicholas.
"Ik zie in Sri Lanka wat dat allemaal teweegbrengt.
De levensstandaard voor veel mensen gaat omhoog." Pessimistisch
is Nicholas meer als het gaat om de oude industrielanden.
"De ontwikkelde landen zullen dezelfde problemen krijgen
als de rest van de wereld: schulden en valutaproblemen.
Ze proberen te bezuinigen, maar dat levert geen groei op.
Blijven uitgeven kan ook niet, want de schulden zijn te
groot. Bovendien houden de vele belangengroepen verandering
tegen."
Geplunderd
Met als grootste belangengroep de bankiers.
"Toen de zeepbellen knapten, hebben ze de politiek
ervan overtuigd de schulden over te nemen. Ze hebben de
economie geplunderd. Door de enorme schuld die nu bij de
regeringen ligt, kan er niet meer worden geïnvesteerd
in infrastructuur, onderwijs en industrie. Ze hebben het
heel moeilijk gemaakt om nog echte groei te genereren."
Dat is in de Verenigde Staten precies
zo, schrijven de gerenommeerde economen Simon Johnson en
James Kwak in hun boek '13 bankers', over de dertien bankiers
die de Amerikaanse regering dwongen tot een bail-out tijdens
de kredietcrisis. "Een handvol banken is in de laatste
drie decennia spectaculair groot en winstgevend geworden",
schrijven ze. Washington deed alles voor Wall Street. "Erger
nog, de beslissingen van Bush en Obama tijdens de crisis
laten zien dat ze hun macht niet zijn kwijtgeraakt. De grote
banken die de crisis overleefden, zijn alleen maar groter
en machtiger geworden en nog meer 'too big to fail'. Dit
is de opmaat voor een volgende crisis."
Volgens Nicholas staat Europa er beter
voor dan de Verenigde Staten. "Europa heeft Duitsland,
waar de bankiers niet aan het roer staan, maar de industrie.
Bovendien kan Europa de vruchten van verdergaande eenwording
nog plukken. Dat is in Amerika al achter de rug." Een
politieke en fiscale eenwording is alleen heel moeilijk
te verkopen. Landen willen niet zomaar hun vrijheden opgeven.
"Daarom denk ik dat leiders als Angela Merkel dit heel
slim spelen. De eurocrisis komt haar helemaal niet verkeerd
uit. Het brengt Zuid-Europa in het gareel, het verbetert
de concurrentiepositie ten opzichte van Amerika en het dwingt
Europa tot vergaande politieke en fiscale eenwording."
Dat de euro werkelijk in gevaar is, zoals
Commissievoorzitter Barroso vorige week weer herhaalde,
gelooft Nicholas dus niet. "Politici weten heel goed
dat je de waarheid niet kunt vertellen. De enige manier
om mensen mee te krijgen, is ze heel erg bang maken."
(Frank Mulder, IPS)
|