'Hij
is een schoft, maar onze schoft'
Top terrorist krijgt onderkomen in VS
Van de redactie *
TARGETS, april 2005 "Als
je een terrorist een onderkomen geeft, dan ben je een terrorist."
Dat waren de woorden die president Bush gebruikte om zijn
oorlog tegen Afghanistan te beginnen en een wereldwijde
militaire campagne te starten, die bekend staat als de 'global
war on terror'. Nu is bekend geworden dat de Verenigde Staten
zelf een notoire terrorist hebben toegelaten, een man die
verantwoordelijk is voor het opblazen van een Cubaans verkeersvliegtuig
en tal van andere moordaanslagen.
De terrorist is Luis Posada Carriles,
een door de CIA getrainde Cubaanse balling, die de afgelopen
maand via Mexico naar de Verenigde Staten kwam en daar nu
politiek asiel heeft aangevraagd. Hoewel Posada Carriles
op illegale wijze het land is binnengekomen, is zijn aanwezigheid
geen geheim. De extreem rechtse anti-Castro groepen in Miami
hebben een financiële steuncampagne opgezet en zijn
asielaanvraag tijdens een persconferentie bekend gemaakt.
Opvallend is dat, ondanks de het feit
dat de Cubaanse maffia luidruchtig de aanwezigheid van Posada
Carriles kenbaar maken en de regeringen van Cuba en Venezuela
om zijn uitlevering hebben gevraagd, de regering Bush zich
in een volledig zwijgen hult. Er is geen enkele poging ondernomen
om Posada Carriles te arresteren, ook niet nadat de Cubaanse
president Fidel Castro publiekelijk daartoe had opgeroepen.
De regering Bush verleent in letterlijke zin onderdak aan
deze terrorist en kan, om met de woorden van Bush zelf te
spreken, daarom als terroristisch bestempeld worden.
In het Amerikaanse Congres begint het
besef door te dringen dat de geloofwaardigheid van de regering
Bush op het spel staat. William D. Delahunt, lid van het
Huis van Afgevaardigden voor de democraten, heeft in een
brief aan de Commissie voor Internationale Betrekkingen
van het Huis een onderzoek geëist naar de wijze waarop
Posada Carriles de Verenigde Staten is binnengekomen.
"Gegeven de vijandige betrekkingen
tussen de regeringen van Cuba en de Verenigde Staten, is
het mogelijk dat Amerikaanse functionarissen hun ogen hebben
dichtgedaan toen Posada ons land binnenkwam of erger,
het mogelijk gemaakt", schrijft Delahunt. "Als
dat waar is en zelfs als het niet waar is en Posada
hier zou kunnen blijven dan zou dat vernietigend
zijn voor de Amerikaanse geloofwaardigheid in de oorlog
tegen het terrorisme, want het zou suggereren dat we net
zo denken als zij die al Qaeda steunen, nl. "de terrorist
voor de één, is de vrijheidsstrijder voor
de ander", aldus Delahunt. Later verklaarde hij "als
hij in de Verenigde Staten is dan moet hij gearresteerd
worden en uitgeleverd overeenkomstig de normen van het internationaal
recht".
Amerikaanse steun
Ogenschijnlijk lijkt het zwijgen van Washington
een indicatie dat men met de zaak in de maag zit. De werkelijkheid
is anders. Tal van zaken maken het zonneklaar dat Washington
direct betrokken is bij het naar de Verenigde Staten halen
van deze terrorist en dat in alle stilte de afgelopen weken
druk is onderhandeld met de immigratie autoriteiten over
zijn status.
In een scherpe rede op 15 april heeft de Cubaanse president
Castro de regering Bush voor 'hypocriet' uitgemaakt en Posada
Carriles vergeleken met Osama bin Laden.[1] De Cubaanse
president sprak voor een publiek waarin o.a. overlevenden
en familieleden van slachtoffers van diverse door de VS
gesteunde terroristische aanslagen, aanwezig waren. Daaronder
de nabestaanden van de slachtoffers van de aanslag op een
Cubaans verkeersvliegtuig in 1976, dat van Bermuda op weg
was naar Venezuela. Bij die aanslag is het gehele nationale
jeugd schermteam omgekomen. Aanwezig was ook de vader van
Fabio Di Celmo, de jonge Italiaan die bij een bomaanslag
in een hotel in 1997 om het leven kwam. Posada Carriles
is voor deze en vele andere verantwoordelijk.
"Luister goed, meneer Bush",
zei Castro, "hier zijn de slachtoffers van de misdaden
en terroristische aanslagen tegen ons volk van de afgelopen
tientallen jaren. En het is uit hun naam dat ik spreek."
Niet alleen Cuba heeft om de uitlevering
van Posada Carriles gevraagd, ook Venezuela wil hem. Hij
wordt door de Venezolaanse justitie gezocht nadat hij in
1985 ontsnapt was uit de gevangenis, waar hij een veroordeling
van 25 jaar uitzat voor de aanslag op het vliegtuig. Na
aangekondigd te hebben dat Venezuela haar eis voor uitlevering
zou opvoeren, verklaarde vice-president José Vicente
Rangel tegenover de pers: "Ik hoop dat Dhr. Bush zijn
eigen antiterrorisme politiek serieus neemt en Posada Carriles
uitlevert."
CIA-moordenaar
In de aanvraag voor politiek asiel stelt
de advocaat van Posada Carriles dat zijn cliënt politiek
vervolgd zal worden als hij aan Cuba wordt uitgeleverd en
dat hij zijn misdaden 'direct en indirect' in samenwerking
heeft gedaan met de Amerikaanse geheime dienst, de CIA.
De betrokkenheid bij terroristische activiteiten
van Posada Carriles dateert al vanaf 1959, toen hij na de
val van dictator Batista het eiland verliet. Hij kreeg van
de CIA een training in het gebruik van explosieven, in voorbereiding
van de aanval in de Varkensbaai in 1961. Vervolgens kreeg
hij een militaire training op een Amerikaanse legerschool
voor officieren.
Hij wordt ook betrokken geacht bij de
moord in 1976 in Washington op de voormalige Chileense minister
Orlando Letelier, een prominent tegenstander van dictator
Pinochet, die bij een bomaanslag op zijn auto met zijn medewerker
Ronni Moffit om het leven kwam. In die periode vond de Venezolaanse
politie in zijn huis tal van documenten en ander bewijsmateriaal,
waaruit de betrokkenheid van Posada Carriles bij de terroristische
aanslagen duidelijk werd.
Na zijn ontsnapping uit de gevangenis
in Venezuela in 1985 ging hij naar El Salvador waar hij
een sleutelrol had in de illegale operaties van de regering
Reagan om de terroristische contras tegen Nicaragua
te financieren en bewapenen.
In 1998 gaf hij in een interview
in de New York Times toe dat hij verantwoordelijk was voor
de organisatie van een reeks van bomaanslagen in Cubaanse
hotels, winkels en andere civiele doelen, het jaar daarvoor
en dat hij een groep huurmoordenaars uit Midden-Amerika
had geronseld voor het opknappen van het vuile werk. De
aanslagen hebben het leven gekost aan 1 persoon, Fabio Di
Celmo uit Italië, en 11 personen raakten gewond.
Alle acties werden volgens Possada Carriles gefinancierd
door de Cuban American National Foundation, een machtige
organisatie van uiterst reactionaire Cubaanse ballingen
die steun krijgen van zowel de democraten als de republikeinen.
Panama
Posada Carriles is verantwoordelijk voor
verschillende moordaanslagen op Fidel Castro. De meest recente
was in 2000, toen hij een aanslag voorbereidde in de Universiteit
van Panama, waar Castro aanwezig voor de Ibero-Amerikaanse
top - door studenten ontvangen zou worden. De Cubaanse geheime
dienst heeft het plan tijdig ontdekt en Posada Carriles
werd, met zijn drie medeplichtigen, gearresteerd.
Ondanks het overduidelijk bewijs dat het
viertal een bomaanslag gepland hadden in de overvolle collegezaal,
een misdaad die zeer veel slachtoffers zou hebben veroorzaakt,
heeft de Panamese regering ze aangeklaagd op minder zware
punten. Dan, in augustus 2004, slechts enkele dagen voor
haar terugtreden, verleende de Panamese president Mireya
Moscoso - onder druk van de Amerikaanse regering en betaling
van vier miljoen dollar door de Cubaanse ballingen in Miami
hem gratie.
Het moment van de gratieverlening was
dus niet toevallig. Het gebeurde aan de vooravond van een
belangrijke campagnetoer van Bush in Miami, waar de president
weigerde de vrijlating van de vier terroristen te veroordelen.
De drie medeplichtigen van Posada Carriles
hadden de Amerikaanse nationaliteit en werden zonder vragen
te stellen binnengelaten, waar ze in Miami als helden werden
ontvangen. Possade Carriles had niet de Amerikaanse nationaliteit
en kreeg van de Amerikaanse ambassade een vals Amerikaans
paspoort. Pasada Carriles vertrok naar Honduras, vervolgens
naar El Salvador om dan via Mexico per schip naar de Verenigde
Staten te gaan.
Er is geen twijfel over mogelijk dat de
gehele operatie niet zonder medeweten en goedkeuring van
de hoogste politieke kringen in Washington zou hebben kunnen
plaatsvinden. De zaak maakt op cynische wijze duidelijk
hoe Washington met de zogenaamde 'strijd tegen het terrorisme'
een leugenachtige façade ophoudt, om een andere agenda
af te werken. Als het op terrorisme aankomt dan kunnen we
zonder meer stellen dat de Verenigde Staten meer dan welk
land dan ook aan de financiering, opleiding en bewapening
van terroristen heeft bijgedragen. Of dat nu moslimterroristen
zijn of de Cubaanse maffia in Miami, nog steeds heerst de
opvatting zoals die van Truman over Somoza: "Hij is
een schoft, maar hij is onze schoft".
[1] Zie ook (in het engels): Special
Address by President Fidel Castro Ruz.
* Bron: TARGETS
|