Smash Fascism! DeWaarheid.nu
VOLKSEDITIE VOOR NEDERLAND
Fax/Voice mail/XOIP-nummer: 084 8333788
VCP.nu

HOME

'Hij is een schoft, maar onze schoft'
Top terrorist krijgt onderkomen in VS

Van de redactie *

TARGETS, april 2005 – "Als je een terrorist een onderkomen geeft, dan ben je een terrorist." Dat waren de woorden die president Bush gebruikte om zijn oorlog tegen Afghanistan te beginnen en een wereldwijde militaire campagne te starten, die bekend staat als de 'global war on terror'. Nu is bekend geworden dat de Verenigde Staten zelf een notoire terrorist hebben toegelaten, een man die verantwoordelijk is voor het opblazen van een Cubaans verkeersvliegtuig en tal van andere moordaanslagen.

De terrorist is Luis Posada Carriles, een door de CIA getrainde Cubaanse balling, die de afgelopen maand via Mexico naar de Verenigde Staten kwam en daar nu politiek asiel heeft aangevraagd. Hoewel Posada Carriles op illegale wijze het land is binnengekomen, is zijn aanwezigheid geen geheim. De extreem rechtse anti-Castro groepen in Miami hebben een financiële steuncampagne opgezet en zijn asielaanvraag tijdens een persconferentie bekend gemaakt.

Opvallend is dat, ondanks de het feit dat de Cubaanse maffia luidruchtig de aanwezigheid van Posada Carriles kenbaar maken en de regeringen van Cuba en Venezuela om zijn uitlevering hebben gevraagd, de regering Bush zich in een volledig zwijgen hult. Er is geen enkele poging ondernomen om Posada Carriles te arresteren, ook niet nadat de Cubaanse president Fidel Castro publiekelijk daartoe had opgeroepen. De regering Bush verleent in letterlijke zin onderdak aan deze terrorist en kan, om met de woorden van Bush zelf te spreken, daarom als terroristisch bestempeld worden.

In het Amerikaanse Congres begint het besef door te dringen dat de geloofwaardigheid van de regering Bush op het spel staat. William D. Delahunt, lid van het Huis van Afgevaardigden voor de democraten, heeft in een brief aan de Commissie voor Internationale Betrekkingen van het Huis een onderzoek geëist naar de wijze waarop Posada Carriles de Verenigde Staten is binnengekomen.

"Gegeven de vijandige betrekkingen tussen de regeringen van Cuba en de Verenigde Staten, is het mogelijk dat Amerikaanse functionarissen hun ogen hebben dichtgedaan toen Posada ons land binnenkwam – of erger, het mogelijk gemaakt", schrijft Delahunt. "Als dat waar is – en zelfs als het niet waar is en Posada hier zou kunnen blijven – dan zou dat vernietigend zijn voor de Amerikaanse geloofwaardigheid in de oorlog tegen het terrorisme, want het zou suggereren dat we net zo denken als zij die al Qaeda steunen, nl. "de terrorist voor de één, is de vrijheidsstrijder voor de ander", aldus Delahunt. Later verklaarde hij "als hij in de Verenigde Staten is dan moet hij gearresteerd worden en uitgeleverd overeenkomstig de normen van het internationaal recht".

Amerikaanse steun

Ogenschijnlijk lijkt het zwijgen van Washington een indicatie dat men met de zaak in de maag zit. De werkelijkheid is anders. Tal van zaken maken het zonneklaar dat Washington direct betrokken is bij het naar de Verenigde Staten halen van deze terrorist en dat in alle stilte de afgelopen weken druk is onderhandeld met de immigratie autoriteiten over zijn status.
In een scherpe rede op 15 april heeft de Cubaanse president Castro de regering Bush voor 'hypocriet' uitgemaakt en Posada Carriles vergeleken met Osama bin Laden.[1] De Cubaanse president sprak voor een publiek waarin o.a. overlevenden en familieleden van slachtoffers van diverse door de VS gesteunde terroristische aanslagen, aanwezig waren. Daaronder de nabestaanden van de slachtoffers van de aanslag op een Cubaans verkeersvliegtuig in 1976, dat van Bermuda op weg was naar Venezuela. Bij die aanslag is het gehele nationale jeugd schermteam omgekomen. Aanwezig was ook de vader van Fabio Di Celmo, de jonge Italiaan die bij een bomaanslag in een hotel in 1997 om het leven kwam. Posada Carriles is voor deze – en vele andere – verantwoordelijk.

"Luister goed, meneer Bush", zei Castro, "hier zijn de slachtoffers van de misdaden en terroristische aanslagen tegen ons volk van de afgelopen tientallen jaren. En het is uit hun naam dat ik spreek."

Niet alleen Cuba heeft om de uitlevering van Posada Carriles gevraagd, ook Venezuela wil hem. Hij wordt door de Venezolaanse justitie gezocht nadat hij in 1985 ontsnapt was uit de gevangenis, waar hij een veroordeling van 25 jaar uitzat voor de aanslag op het vliegtuig. Na aangekondigd te hebben dat Venezuela haar eis voor uitlevering zou opvoeren, verklaarde vice-president José Vicente Rangel tegenover de pers: "Ik hoop dat Dhr. Bush zijn eigen antiterrorisme politiek serieus neemt en Posada Carriles uitlevert."

CIA-moordenaar

In de aanvraag voor politiek asiel stelt de advocaat van Posada Carriles dat zijn cliënt politiek vervolgd zal worden als hij aan Cuba wordt uitgeleverd en dat hij zijn misdaden 'direct en indirect' in samenwerking heeft gedaan met de Amerikaanse geheime dienst, de CIA.

De betrokkenheid bij terroristische activiteiten van Posada Carriles dateert al vanaf 1959, toen hij na de val van dictator Batista het eiland verliet. Hij kreeg van de CIA een training in het gebruik van explosieven, in voorbereiding van de aanval in de Varkensbaai in 1961. Vervolgens kreeg hij een militaire training op een Amerikaanse legerschool voor officieren.

Hij wordt ook betrokken geacht bij de moord in 1976 in Washington op de voormalige Chileense minister Orlando Letelier, een prominent tegenstander van dictator Pinochet, die bij een bomaanslag op zijn auto met zijn medewerker Ronni Moffit om het leven kwam. In die periode vond de Venezolaanse politie in zijn huis tal van documenten en ander bewijsmateriaal, waaruit de betrokkenheid van Posada Carriles bij de terroristische aanslagen duidelijk werd.

Na zijn ontsnapping uit de gevangenis in Venezuela in 1985 ging hij naar El Salvador waar hij een sleutelrol had in de illegale operaties van de regering Reagan om de terroristische contra’s tegen Nicaragua te financieren en bewapenen.

In 1998 gaf hij in een interview in de New York Times toe dat hij verantwoordelijk was voor de organisatie van een reeks van bomaanslagen in Cubaanse hotels, winkels en andere civiele doelen, het jaar daarvoor en dat hij een groep huurmoordenaars uit Midden-Amerika had geronseld voor het opknappen van het vuile werk. De aanslagen hebben het leven gekost aan 1 persoon, Fabio Di Celmo uit Italië, en 11 personen raakten gewond.
Alle acties werden volgens Possada Carriles gefinancierd door de Cuban American National Foundation, een machtige organisatie van uiterst reactionaire Cubaanse ballingen die steun krijgen van zowel de democraten als de republikeinen.

Panama

Posada Carriles is verantwoordelijk voor verschillende moordaanslagen op Fidel Castro. De meest recente was in 2000, toen hij een aanslag voorbereidde in de Universiteit van Panama, waar Castro – aanwezig voor de Ibero-Amerikaanse top - door studenten ontvangen zou worden. De Cubaanse geheime dienst heeft het plan tijdig ontdekt en Posada Carriles werd, met zijn drie medeplichtigen, gearresteerd.

Ondanks het overduidelijk bewijs dat het viertal een bomaanslag gepland hadden in de overvolle collegezaal, een misdaad die zeer veel slachtoffers zou hebben veroorzaakt, heeft de Panamese regering ze aangeklaagd op minder zware punten. Dan, in augustus 2004, slechts enkele dagen voor haar terugtreden, verleende de Panamese president Mireya Moscoso - onder druk van de Amerikaanse regering en betaling van vier miljoen dollar door de Cubaanse ballingen in Miami – hem gratie.

Het moment van de gratieverlening was dus niet toevallig. Het gebeurde aan de vooravond van een belangrijke campagnetoer van Bush in Miami, waar de president weigerde de vrijlating van de vier terroristen te veroordelen.

De drie medeplichtigen van Posada Carriles hadden de Amerikaanse nationaliteit en werden zonder vragen te stellen binnengelaten, waar ze in Miami als helden werden ontvangen. Possade Carriles had niet de Amerikaanse nationaliteit en kreeg van de Amerikaanse ambassade een vals Amerikaans paspoort. Pasada Carriles vertrok naar Honduras, vervolgens naar El Salvador om dan via Mexico per schip naar de Verenigde Staten te gaan.

Er is geen twijfel over mogelijk dat de gehele operatie niet zonder medeweten en goedkeuring van de hoogste politieke kringen in Washington zou hebben kunnen plaatsvinden. De zaak maakt op cynische wijze duidelijk hoe Washington met de zogenaamde 'strijd tegen het terrorisme' een leugenachtige façade ophoudt, om een andere agenda af te werken. Als het op terrorisme aankomt dan kunnen we zonder meer stellen dat de Verenigde Staten meer dan welk land dan ook aan de financiering, opleiding en bewapening van terroristen heeft bijgedragen. Of dat nu moslimterroristen zijn of de Cubaanse maffia in Miami, nog steeds heerst de opvatting zoals die van Truman over Somoza: "Hij is een schoft, maar hij is onze schoft".

[1] Zie ook (in het engels): Special Address by President Fidel Castro Ruz.

* Bron: TARGETS


ARCHIEF