|
Israëlische Lobby in Washington
drijft conflict met Iran op de spits
WASHINGTON, 12 april 2006 - "Geen
enkele lobbygroep is erin geslaagd om het Amerikaanse buitenlandbeleid
zover af te doen wijken van wat goed is voor het Amerikaanse
nationaal belang." Dat stellen twee vooraanstaande
Amerikaanse academici over de 'Israëlische lobby'.
Hun invloed lijkt nu weer tot uiting te komen in de snel
stijgende spanningen met Iran.
Veel duidelijker dan andere belangengroepen
drijft de Israëlische lobby de Amerikaanse regering
naar een confrontatie met Teheran. Dat concluderen de professoren
John Mearsheimer van de universiteit van Chicago en Stephen
Walt, decaan aan de Kennedy School voor Bestuur in Harvard,
in hun 81-pagina's tellende essay 'De Israëlische Lobby
en het Amerikaanse Buitenlandbeleid'.
De Israëlische lobby wordt door de
academici omschreven als "de losse coalitie van individuen
en organisaties die actief werken om het Amerikaanse buitenlandbeleid
in een pro-Israëlische richting te sturen."
De aanvoerders van de Israëlische
lobby zijn de gebruikelijke neoconservatieven zoals Richard
Perle, de voormalige directeur van het adviesorgaan Defence
Policy Board (DPB), en voormalig CIA-directeur James Woolsey.
Het American Israel Public Affairs Committee
(AIPAC), de invloedrijkste Israëlische lobbygroep,
voerde vorig jaar op haar jaarlijkse conferentie een gigantische
multimediashow op over "hoe Iran zichzelf kernwapens
probeert te verschaffen en hoe we ze kunnen stoppen".
Ondanks bezwaren van het Witte Huis probeert de AIPAC zware
sancties af te dwingen tegen buitenlandse bedrijven die
geïnvesteerd hebben in Iran.
Iets minder agressief, maar niet minder
actief is het American Jewish Committee. Al verschillende
malen liet ze paginagrote advertenties publiceren in de
grote Amerikaanse kranten, onder de titel "Een nucleair
Iran bedreigt ons allen". "Veronderstel dat Iran
op een dag nucleaire wapens levert aan terroristen",
leest de advertentie, "zullen we ons dan ooit nog veilig
mogen voelen?"
Wat de aanzwellende confrontatie met Iran
zo opmerkelijk maakt volgens de auteurs, is het feit dat
de Israëlische lobby de enige belangengroep lijkt die
aanstuurt op een militair conflict met Iran.
Het gros van de analisten, waaronder de
haviken die pleiten voor sterke druk op Iran vanwege zijn
nucleaire programma, hebben zich tegen militaire acties
uitgesproken wegens te riskant en bijna zeker contraproductief.
Zelfs analisten van de rechtse Heritage Foundation hebben
hun twijfels geuit over een inval in Iran. "Vanuit
geostrategisch oogpunt heeft het geen zin", zegt James
Carifano, verwijzend naar Irans mogelijkheden om vergeldingsacties
uit te voeren in Irak.
Ook de Iraanse vluchtelingen, die anders
steevast pleiten voor het opvoeren van de druk op Iran,
reageren verdeeld op een mogelijke aanval in Iran. Volgens
Walt zijn ten slotte ook de oliemaatschappijen niet gebaat
bij een oorlog in Iran. "Ze houden niet van geweld
of gebeurtenissen die tot politieke instabiliteit kunnen
leiden."
Terwijl ook de Israëlische lobby
erop drukt dat een militaire actie de laatste optie mag
zijn, lijkt ze er wel van overtuigd dat een aanval noodzakelijk
is indien diplomatieke inspanningen, economische druk en
geheime acties falen.
"De Iraanse president Mahmoed Ahmadinejad
beschouwt de Westerse leiders als mietjes en denkt dat we
uiteindelijk zullen inbinden", zegt Patrick Clawson,
afdelingshoofd Onderzoek van het Washington Institute for
Near East Policy. "We moeten klaar zijn om Iran aan
te pakken als de crisis escaleert." Anders gezegd:
Iran heeft de keuze. Voldoen aan de Amerikaanse eisen, of
vrezen voor een militaire aanval. Dezelfde boodschap voor
Iran had Richard Perle op de AIPAC-conventie 2006 die vorige
maand in Washington plaatsvond.
Mearsheimer en Walt, steunpilaren van
de zogenaamde 'realistische school' van internationale relaties,
beweren in het essay dat Washingtons Midden-Oostenpolitiek
te nauw aanleunt bij Israël. Daardoor kunnen de Amerikanen
hun eigen belangen in de regio, zeker met het oog op de
'War on Terror', niet voldoende nastreven.
De academici geloven dat de invloed die
de Israëlische lobby uitoefent daar grotendeels verantwoordelijk
voor is. Die invloed vloeit ondermeer voort uit de mogelijkheden
die de lobbygroep heeft om zowel de Democraten als de Republikeinen
financieel te steunen en om elke vorm van kritiek als antisemitisch
af te doen - een tactiek die het meteen toepaste op het
essay.
"Geen enkele lobbygroep is
erin geslaagd om het Amerikaanse buitenlandbeleid zover
af te doen wijken van wat het Amerikaanse nationaal belang
anders zou vooropstellen, tezelfdertijd de Amerikanen ervan
overtuigend dat de belangen van de VS en Israël gelijklopen",
argumenteren de auteurs.
(IPS, Jim Lobe)
|