|
Iran-crisis is déjà-vù
OAKLAND, 19 april 2006 - Rechtse kringen
in Washington roeren de oorlogstrom, en de geluiden lijken
sterk op het rumoer tijdens de aanloop naar de invasie in
Irak. Net dezelfde opinieleiders die in 2002 voor een "regimewissel"
in Irak pleitten, hebben het nu over de noodzaak van een
omwenteling in Iran.
De Amerikaanse regering heeft Iran al
een tijdje in het vizier. In de recente National Security
Strategy van het Witte Huis stond het land centraal. Als
het scenario bekend voorkomt, dan zijn daar goede redenen
voor. De aanloop tot een mogelijke militaire actie tegen
Iran mag dan wel geen exacte kopie zijn van de gebeurtenissen
voor de inval in buurland Irak, toch zijn er enkele opvallende
gelijkenissen.
Net als voor Irak dringen rechtse denktanks
en neoconservatieve beleidsmensen aan op een regimeverandering
in Teheran. Net als voor de invasie in Irak beweren overheidsmedewerkers
dat een nucleair programma van Iran een bedreiging kan vormen
voor de VS.
Iraanse vluchtelingenorganisaties en hun
leiders verdringen elkaar om aandacht te krijgen van de
VS-overheid. De informatie die deze organisaties leveren,
is verre van accurraat - net zoals dat het geval was met
de door Washington vertroetelde Irakees Ahmad Chalabi. Er
is de onenigheid binnen de Amerikaanse regering over de
te volgen koers. En nu zijn we in de fase beland dat de
VS binnen de Veiligheidsraad moet bewijzen dat Iran effectief
een bedreiging vormt.
Nobelprijswinnaar Mohamed El Baradei,
het hoofd van het Internationaal Atoomagentschap IAEA, herinnert
zich de politiek en emotioneel geladen dagen voor de invasie
in Irak maar al te goed. Op een forum in Doha, de hoofdstad
van Qatar, zei El Baradei dat de internationale gemeenschap
dringend "weg moest van bedreigingen van sancties tegen
Iran". Volgens hem vormt het nucleaire programma van
Iran geen "accute bedreiging". El Baradei vindt
dat het hoog tijd was dat het debat minder verhit wordt
gevoerd. "Er is geen militaire oplossing voor dit probleem",
bezweert El Baradei. "De enige duurzame oplossing is
een onderhandelde oplossing."
Pal tegenover hem staan de Amerikaanse
neoconservatieve haviken. Drie jaar na de invasie in Irak
hebben de meeste prominente neoconservatieven een plekje
in de schaduw opgezocht. Michael Ledeen, een boegbeeld van
het American Enterprise Institute, een conservatieve denktank,
vormt daarop een uitzondering.
Hoewel hij buiten Washington amper bekend
is, hebben Ledeens denkbeelden het Amerikaanse buitenlandbeleid
de vorbije jaren sterk bepaald. "Hij gelooft dat het
Amerika's lotsbestemming is om geweld te gebruiken bij de
verspreiding van democratie. Hij leverde de filosofische
legitimering van de Amerikaanse bezetting van Irak",
schreef William Beeman van de Pacific News Service in 2003.
Ledeen werkte in het Pentagon, het Amerikaanse
ministerie van Buitenlandse Zaken en de National Security
Council, en was nauw betrokken bij de wapenverkoop aan Iran
tijdens de Iran-Contra-affaire in 1986.
Nu doceert Ledeen aan het American Enterprise
Institute, een in Washington gevestigde conservatieve denktank.
Onlangs liet hij zich ontvallen dat de invasie van Irak
"de foute oorlog, op het foute tijdstip, op de verkeerde
manier, en tegen het verkeerde land". Ledeen stuurt
al enkele jaren aan op een regimeverandering in Iran.
Volgens Ledeen zelf vond hij in 2001 en
2002 al gehoor bij medewerkers binnen het Pentagon en op
het kantoor van vice-president Dick Cheney. De meerderheid
vond toen, aldus Ledeen, dat "de weg naar Teheran door
Bagdad liep".
Ledeen voorspelt al jaren dat Iran op
het randje van een revolutie staat, een omwenteling die
maar een duwtje in de rug nodig heeft om werkelijkheid te
worden. Enkele jaren geleden sprak hij tot een groep Iraanse
bannelingen in Los Angeles: "Ik heb contacten in Iran
die tegen het regime vechten. Ze hebben geld nodig. Geef
me twintig miljoen, en jullie zullen je revolutie hebben."
"Als het Witte Huis zijn eigen beweringen
dat ze democratie wil verspreiden ernstig neemt", schrijft
Ledeen, "dan zouden we de democratische revolutie in
Iran actief aan het steunen moeten zijn." Ledeen vindt
dat de VS "actie moeten ondernemen tegen Iran voor
de slachting die ze onder onze soldaten en de Irakezen hebben
veroorzaakt".
De overtuiging van IAEA-baas El
Baradei is dan weer meer gebaseerd op feiten dan op ideologie.
Hoewel het IAEA in de aanloop van de invasie in Irak stelde
dat Irak geen kernwapens bezat, werd ze schromelijk genegeerd
door de VS. De oorlog toonde aan dat het IAEA het bij het
rechte eind had. "Wij waren de enigen die zeiden dat
Irak geen kernwapens had, en we hadden gelijk. Ik hoop dat
de mensen deze keer naar ons zullen luisteren."
(IPS, Bill Berkowitz)
|