"Ik wil het woord 'internationaal
recht' niet meer horen. Dat gaat ons niet aan."
Amerikaanse legertop wil Conventies
van Genève buitenspel zetten
Door William Fisher
NEW YORK, 14 april 2005 - De top van
het Amerikaanse leger vraagt dat Defensieminister Donald
Rumsfeld officiële criteria vastlegt voor het statuut
van 'vijandige strijder'. Dat vage juridische neologisme
is een product van de oorlog tegen de terreur en wordt momenteel
toegepast op een paar honderd terreurverdachten. Als Rumsfeld
het memorandum van de legertop tekent, zegt Human Rights
Watch (HRW), zijn krijgsgevangenen voortaan loslopend wild.
Het memorandum dat de Gezamenlijke Stafchefs
(JCS), de allerhoogste officieren in het leger, opstelde
"is een radicale afwijking van de normen waaraan de
Amerikaanse militaire operaties tot op heden moesten voldoen."
Dat schrijft de mensenrechtengroep HRW in een open brief
aan de Defensieminister. Op 16 april krijgt Rumsfeld het
omstreden memorandum 'Gezamenlijke doctrine voor omgang
met gedetineerden' in handen. Het werd opgesteld op 23 maart
2005.
Het Amerikaanse leger moest zich tot hiertoe
houden aan de Conventies van Genève. Die bepalen
onder meer dat krijgsgevangenen recht hebben op medische
verzorging en juridische bijstand.
"Als het memorandum wordt goedgekeurd,
dan zal de status van 'vijandige strijder' geformaliseerd
worden - een categorie waarvan de regering-Bush zegt dat
ze niet valt onder de Conventies van Genève",
zegt HRW-advocaat John Sifton. "Juridisch is dat volstrekte
nonsens: alle gevangenen vallen onder die conventies."
De mensenrechtengroep gelooft echter dat
Amerikaanse soldaten de Geneefse normen consequent aan hun
laars zullen lappen als Rumsfeld het statuut van 'enemy
combatant' officieel maakt. "Amerikaanse soldaten lopen
het risico vervolgd te worden voor oorlogsmisdaden",
waarschuwt HRW.
Het document van de legertop legt de criteria
vast die iemand tot 'vijandige strijder' maakt. Volgens
Sifton zijn de criteria bijzonder vaag en gaat het om iedereen
waarvan de naam op een zwarte lijst van de regering staat.
"De 'watchlist' bevat een waaier van groepen, van sikhs
tot volgelingen van het Peruaanse Lichtende Pad. En mogelijk
straks ook honderden of duizenden mensen die Ahmed of Mohammed
heten. Dit is een aanfluiting van de internationale rechtsorde."
Het memorandum wil ook de status legaliseren
van de gedetineerden die door critici "spookgevangenen"
werden gedoopt. Het Amerikaanse leger wil het recht krijgen
om gevangenen vast te houden op geheime locaties, wat impliceert
dat ze geen bijstand kunnen krijgen van het Internationale
Comité van het Rode Kruis.
De Amerikaanse regering verklaarde in
januari 2002 dat het internationaal humanitair recht niet
van toepassing is op de 'oorlog tegen de terreur'. De krijgsgevangenen
die in die oorlog worden gemaakt, dienen hun zaak te verdedigen
voor militaire tribunalen. Volgens Human Rights Watch ligt
die houding aan de basis van de gedocumenteerde misbruiken
in de gevangenissen van Irak, Afghanistan en op de Amerikaanse
marinebasis in Guantánamo Bay.
Volgens HRW dreigen de VS het slechte
voorbeeld te geven aan de rest van de wereld. Als Rumsfeld
tekent, "geeft hij de boodschap aan de wereld dat de
Conventies van Genève geen wet zijn maar een beleidspraktijk
die regeringen naar believen kunnen aanpassen."
Het ministerie van Defensie wil voorlopig
geen commentaar geven op de brief van HRW en op het memorandum.
Sinds juni vorig jaar floot het Amerikaanse
hooggerechtshof de regering twee keer terug in verband met
de beperkte rechtsmiddelen van de krijgsgevangenen in Guantanamo
Bay. In een eerste arrest oordeelde de rechter dat de gevangenen
recht hadden op een proces en dat ze hun opsluiting moeten
kunnen aanvechten bij een neutraal rechtsorgaan. Een tweede
arrest oordeelde dat gewone Amerikaanse rechtbanken klachten
van 'vijandige strijders' mogen behandelen.
Intussen hebben gevangenen op Guantanamo
Bay al verzet aangetekend bij burgerlijke rechtbanken. Die
geven in tegenstelling tot de militaire tribunalen wel gegevens
vrij over de 'vijandige strijders'. De dossiers van de krijgsgevangen
zijn nu vrij ter inzage - een grote opluchting voor de mensenrechtenorganisaties.
Een Amerikaanse burgerlijke rechtbank
in Washington maakte vorige week de namen en de verhalen
bekend van meer dan 60 gevangenen in Guantanamo Bay. De
transcripties van de tribunalen geven hun ongebruikelijke
rechtsgang weer. "Ik geef niks om het internationaal
recht", antwoordt de voorzitter van het tribunaal op
de protesten van één van de gevangenen. "Ik
wil het woord 'internationaal recht' niet meer horen. Dat
gaat ons niet aan."
De Amerikaanse regering houdt naar
schatting 550 terreurverdachten vast op de marinebasis in
Cuba. Nog eens 214 verdachten werden vrijgelaten sinds de
opening van de gevangenis in januari 2002. (IPS)
|