|
Utrecht, 20 april 2001 - De vakcentrale CNV pleit
voor een herwaardering van de Dag van de arbeid. CNV-voorzitter Doekle
Terpstra: Arbeid neemt een steeds belangrijker plek in ons bestaan
in. Maar tegelijkertijd staan we bij het begrip arbeid niet stil. Deze
contradictie willen we opheffen. Dat is een taak van iedereen. Ook van
de kerk. Terpstra spreekt deze woorden op zaterdag 21 april, tijdens
de viering van het vijftigjarig bestaan van de Kostersbond CNV.
Volgens Terpstra moeten de kerken zich bezig gaan
houden met de betekenis van arbeid in onze samenleving. Nu zie je
dat ze zich veel te veel richten op de leegloop in kerken. Dat vind ik
spijtig. De kerken moeten aansluiting met de samenleving zoeken. Daarin
neemt arbeid een centrale plaats in. Binnen kerken en de christelijke
gemeente moet de Dag van de arbeid een moment van bezinning worden. Waartoe
dient onze arbeid en wie dienen wij met onze arbeid, zijn vragen die daarbij
centraal kunnen staan. Het vervagen van de bid- en dankdag voor gewas
en arbeid heeft de afstand tussen de kerk en de betekenis van arbeid aanzienlijk
vergroot. Daarin moet een kentering komen.
Die kentering kan tot stand komen door oude christelijke tradities in
ere te herstellen, waarin met name in de maand mei aandacht werd besteed
aan de zin van het werk. Terpstra: De traditionele 1 mei-viering
is niet alleen een sociaal-democratische traditie. Juist nu wij in ons
land discussiëren over het combineren van zorgtaken met betaalde
arbeid, is het van belang een brede bezinning over arbeid tot stand te
brengen. De kerken moeten daarin een voorname rol spelen. Nu worden zij
gemist.
|