DE WAARHEID.nu

VOLKSEDITIE VOOR NEDERLAND
 
Kwaliteit daalt en werkdruk stijgt door lerarentekort

van de redactie

„Minister neemt problemen onderwijs niet serieus”

De tussentijdse arbeidsmarktbarometer geeft een onthutsend beeld van de effecten van het lerarentekort in basis- en voortgezet onderwijs. Vacatures die in de loop van het schooljaar ontstaan zijn niet of nauwelijks op te vullen, vervangers worden nu ook buiten de Randstad zeldzaam.

Volgens de rapportage van het onderzoeksbureau Regioplan daalt daardoor zichtbaar de kwaliteit van het onderwijs, en nog eens extra op achterstandscholen. Daarnaast stijgt de werkdruk omdat directeuren en leraren de gaten opvullen en groeit het ziekteverzuim. „Een dergelijke vergaande inzet van leerkrachten is op lange termijn niet houdbaar. Ook de sterkste leerkrachten gaan er vroeg of laat onderdoor wanneer zij hun eigen gezondheid veronachtzamen”, stelt Regioplan in de arbeidsmarktbarometer die het bureau maakt in opdracht van het ministerie van Onderwijs.

Deze conclusies ontbreken vreemd genoeg in de brief van minister Hermans aan de Tweede Kamer en het persbericht van het ministerie dat over de arbeidsmarktbarometer is verschenen. „Het is duidelijk dat de minister het probleem van het lerarentekort nog steeds niet echt serieus neemt”, stelt AOb-bestuurder Liesbeth Verheggen. „Het is tegelijk een steun in de rug voor het vervolg van onze stakingsacties: als er geen structurele maatregelen voor het onderwijs worden genomen, zal de AOb haar leden oproepen om zelf de werkdruk te verlagen.”

In het Onderwijsblad 7 wordt uitvoerig ingegaan op de conclusies van Regioplan. Op de website van de AOb is het verhaal nu al te lezen.

Het beeld dat het onderzoeksbureau neerzet over vacatures die in de loop van het jaar ontstaan, zijn dramatisch. Een overzicht:

*Het aantal onvervulde vacatures in het basisonderwijs aan het begin van het schooljaar is bijna verdubbeld ten opzichte van 1999. Waren er toen 426 banen open bij de start van het schooljaar, in 2000 waren dat er 765.

*In de loop van het schooljaar nemen de problemen om vacatures in te vullen alleen maar toe. Waren bij de start van het jaar 10 procent van de openstaande vacatures uiteindelijk niet ingevuld, bij banen die in oktober en november ontstaan door vertrek van personeel of langdurige ziekte blijft 38 procent van de vacatures in het basisonderwijs onopgelost. In het speciaal onderwijs is er voor bijna 80 procent van alle ontstane banen in de herfst niemand te vinden.

* De verschillen per regio zijn echter groot. In de grote steden blijft twee-derde van de vacatures die een school in de loop van jet jaar krijgt open staan. In de rest van het land schommelt dat percentage tussen de 25 en 32.

* Scholen zijn daardoor aangewezen op noodoplossingen om de gaten te vullen. Het uitbreiden van banen van parttimers is inmiddels vrijwel onmogelijk, omdat zij aan hun tax zitten. Verschillende scholen schorten het opnemen van adv-verlof van hun personeel op. Maar veel vaker gaan directeuren voor de klas staan, worden klassen samengevoegd, of nemen remedial teachers en intern begeleiders de klas over. Hierdoor stijgt de werkdruk met sprongen, constateert Regioplan en wordt te veel van leerkrachten gevraagd. Velen werken door om de gaten te vullen, terwijl zij eigenlijk ziek zijn.

* Voor het eerst heeft Regioplan gekeken wat er gebeurt met de taken die door de noodoplossingen blijven liggen. 'Zo blijkt dat door de inzet van remedial teachers voor vervanging van groepsleerkrachten de remedial teaching vaak vervalt.' Dit gebeurt in 60 procent van de gevallen 'Dat heeft direct consequenties voor de kwaliteit van het onderwijs en de zorg aan zwakke leerlingen.', is de harde conclusie van regioplan. Wanneer directeuren een groep overnemen, heeft dit volgens de onderzoekers minder consequenties voor het onderwijs. 'Wel stijgt daardoor voor henzelf de werkdruk.' Ongeveer 70 procent van de directeuren zegt dat de managementstaken in die gevallen in de eigen tijd worden ingehaald. Groepsleerkrachten worden regelmatig geconfronteerd met het samenvoegen van groepen, waardoor goed onderwijs daar niet mogelijk is en de werkdruk stijgt.

*Het onderzoek van Regioplan laat verder zien dat de kwaliteit op achterstandsscholen zwaarder onder druk staat dan op andere scholen. Groepen naar huis sturen gebeurt op ‘witte’ scholen maar in 1 procent van de gevallen, terwijl op achterstandsscholen vijf keer zo vaak leerlingen naar huis gaan. Het inzetten van een onderwijs-assistent- zonder lesbevoegdheid- gebeurt op de gemiddelde school maar in 1,5 procent van de gevallen. Op achterstandsscholen ligt dat percentage op 6,4.

* Vaak wordt gesteld dat de klassenverkleining de belangrijkste veroorzaker van alle problemen in het basisonderwijs is. Uit het onderzoek van Regioplan blijkt vooral dat de toegenomen mobiliteit zorgt voor vacatures: de helft van alle banen ontstaat door vrijwillig vertrek van docenten. Nog eens 19 procent van de banen ontstaat door groei van het leerlingenaantal. Groepsgrootteverkleining veroorzaakt maar 11 procent van alle nieuwe vacatures. Ook hier zijn weer grote verschillen per regio. Scholen in de grote steden hebben het sterkst te maken met vertrek van personeel. Daar ontstaat maar liefst 70 procent van de vrijkomende banen door vrijwillig vertrek, terwijl dat in de rest van Nederland op 47 procent ligt.

*In het voortgezet onderwijs is het beeld niet veel anders. Aan het begin van het schooljaar blijft 13 procent van alle vacatures onbezet omdat er niemand voor te vinden is. Banen die in de loop van oktober en november ontstaan door vertrek of langdurige ziekte van personeel kunnen nauwelijks worden opgevuld: 73 procent blijft onbezet. Aan het begin van het schooljaar 2000 waren er 460 openstaande banen. De grote steden zoeken de meeste leraren: het aantal vacatures per honderd leerlingen ligt daar vier maal zo hoog als in de rest van het land. Scholen met meer dan een kwart allochtonen lopen leeg. 'Deze hebben vaker te maken met vertrekkende leraren', stelt Regioplan.

*Het probleem concentreert zich vooral bij tweedegraads-functies (onderbouw vo, vbo en mavo). Daar bleef 73 procent van de banen die in oktober/november ontstonden open. In de bovenbouw van havo en vwo gold dat slechts voor 40 procent.

*Ook in het voortgezet onderwijs staat de kwaliteit onder druk. Om de gaten te dichten worden vaak onbevoegde docenten of ‘onder’-bevoegde docenten ingezet die niet de juiste vooropleiding hebben. Volgens regioplan is het aantal onbevoegden en onderbevoegden in twee jaar tijd bijna verdubbeld. Het Voorbereidend beroepsonderwijs kent de grootste problemen. Als er in oktober/november vacatures ontstaan die niet kunnen worden opgevuld, stuurt de school in de helft van de gevallen de leerlingen naar huis. Nog eens tien procent wordt opgelost door ‘zelfwerkzaamheid’ van de leerlingen.