|
ACP-landen willen mediacampagnes voor
potentiële migranten
BRUSSEL, 14 april, 2006 - Laten we grootscheepse
mediacampagnes starten in de landen van oorsprong om mensen
te informeren over legale migratie en te waarschuwen voor
mensenhandelaars. En een eigen toezichtorgaan oprichten
dat de omvang en de oorzaken van migratie in kaart brengt.
Met die twee concrete voorstellen komt de allereerste vergadering
van migratieministers uit de ACP-groep van 79 landen uit
Afrika, de Cariben en de Stille Oceaan.
Het toezichtorgaan en de mediacampagnes
zouden betaald kunnen worden uit de pot van 25 miljoen euro
die de jaarlijkse ACP-EU-ministerraad in april 2005 opzij
heeft gezet om de ACP-landen bij te staan in hun aanpak
van migratie. Het geld kadert in de Cotonou-overeenkomst
die de EU en de voormalige kolonies van de EU-lidstaten
in juni 2000 tekenden in Cotonou (Benin).
Wij willen de mensen bij ons waarschuwen
voor de valse beloften van mensenhandelaars. Die liegen
dat het gemakkelijk is om Europa te bereiken. Daarnaast
willen we vooral ook uitleg geven over de mogelijkheden
om legaal te migreren, zegt Aya Kasasa, de migratie-experte
van de ACP, die uit eigen naam spreekt. Vaak weten
mensen niet dat ze als student een beurs kunnen krijgen,
dat ze voor drie maanden een visum kunnen krijgen
Een van de redenen dat er zoveel mensen illegaal in Europa
verblijven, is dat ze denken dat ze nooit meer kunnen terugkeren.
De migratieministers zijn het ook eens
dat er behoefte is aan een ACP-toezichtorgaan om de aantallen
legale en illegale migranten en hun diepe beweegredenen
in kaart moet brengen, met onder meer grote enquêtes.
Ze vinden dat belangrijk om aan preventie te kunnen doen.
Kasasa: We hebben echt gebrek aan gegevens. Hoeveel
mensen sterven bijvoorbeeld in de woestijn in Mauritanië,
een van de laatste transitlanden voor migranten een land
als Marokko bereiken en van daaruit hopen door te steken
naar Europa? Niemand weet dat.
Dialoog met EU
De ACP-landen willen eindelijk een begin
maken met een positieve en constructieve dialoog met
de EU over migratie, stelt het actieplan dat de ministerbijeenkomst
in Brussel donderdagavond 13 april na lang onderhandelen
goedkeurde en waar de twee voorstellen deel van uitmaken.
Tot nu toe is er helemaal geen dialoog
geweest, zegt Kasasa. ACP-landen zijn zelf ook
altijd erg verdeeld geweest, met name over tot waar ze willen
gaan wat betreft akkoorden om illegale migranten terug te
nemen. Maar nu hebben de migratieminister voor de allereerste
keer de koppen bij elkaar gestoken, de heikele themas
niet omzeild, en een gezamenlijk actieplan goedgekeurd.
Dit was een historische bijeenkomst en ik ben erg optimistisch.
In de wandelgangen viel te horen dat de ministers zin hebben
om geregeld samen te komen en informatie uit te wisselen
en elkaar zo vooruit helpen.
Kasasa noemt het ook een overwinning dat
de migratieminister van Sudan heeft voorgesteld om van migratie
een van de sleutelthemas te maken op de volgende tweejaarlijkse
bijeenkomst van ACP-staatshoofden, in december 2006 in Sudan.
Complimenten voor België
Kasasa is opvallend positief over de recente
houding van de Belgische ministers De Gucht en De Decker.
Van hen hoor ik een nieuwe toon - ze hebben het over
het belang om de kwestie in samenwerking met de ontwikkelingslanden
te regelen, zegt ze.
Europa wil meer ondernemen op vlak
van veiligheid, maar dat is het verkeerde antwoord. Hoe
meer repressieve wetten je maakt, hoe meer mensen toch willen
reizen. Het eerste wapen tegen criminaliteit is de legale
bewegingsvrijheid van mensen vergemakkelijken.
Kasasa benadrukt verder dat de Europese
media een vertekend beeld geven van de migratie. Migratie
is voor ACP-landen vooral een interne kwestie. In Mali bijvoorbeeld,
trekt tachtig procent van de migranten naar het zuiden van
Afrika, slechts een marginaal deel gaat naar Europa. Afrika
draagt zelf de grootste last van de migratie.
Het actieplan van de ACP-migratieministers
zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan de ACP-ministerraad
en vervolgens aan de volgende ACP-EU-ministerraad, die elkaar
opvolgen eind mei in Papoea-Nieuw-Guinea.
(IPS, Ann De Ron)
|