|
'Wereldbank speelt dubbel spel in koolstofmarkten'
NEW YORK, 11 april 2008 - De Wereldbank
investeert in arme landen massaal in projecten die draaien
op fossiele brandstoffen, en verkoopt nadien op basis van
die projecten emissiekredieten aan rijke landen die hun
eigen uitstoot van broeikasgassen niet onder controle krijgen.
Dubbel spel, zegt een Amerikaanse denktank in
het rapport Wereldbank: Klimaatprofiteur.
De wereldbank verdient twee keer,
zegt Janet Redman, onderzoekster aan het Institute
for Policy Studies in New York, Een keer met
projecten die bijdragen tot de klimaatcrisis, en dan nog
eens door het probleem zogezegd op te lossen met de handel
in emissierechten. De internationale handel in emissierechten
maakt het voor rijke landen mogelijk hun verplichtingen
onder het Kyotoprotocol na te komen door te investeren in
projecten die de uitstoot van broeikasgassen verminderen
in arme landen.
De Wereldbank heeft in de periode van
2005 tot 2007 1,5 miljard dollar (947 miljoen euro) geleend
aan bedrijven die investeren in fossiele brandstoffen: gas,
olie of steenkool. Klimaatwetenschappers zijn het er intussen
over eens dat precies het gebruik van die brandstoffen verminderd
moet worden om een rampscenario te vermijden.
Tegelijk beheert de Wereldbank een tiental
fondsen voor landen die emissierechten willen verwerven
door de energiesector in arme landen duurzamer te maken.
Volgens het rapport bestaat die koolstofportefeuille voor
80 procent uit projecten in de steenkoolsector, de chemische
industrie en de staalsector.
De Bank financiert in arm land A
in een project met fossiele brandstoffen, verduidelijkt
Dephane Wysham, co-auteur van de studie. Rijk land
B vraagt de Wereldbank om koolstofkredieten om zijn internationale
verplichtingen te kunnen nakomen. De Bank biedt rijk land
B emissiekredieten aan tegen een prijs waarvoor het zelf
nooit zoveel uitstoot had kunnen verminderen. Een deel van
het geld gaat naar het arme land A, voor investeringen om
het project met fossiele brandstoffen wat schoner te maken.
De Bank krijgt haar aandeel van 13 procent,
en iedereen is tevreden, besluit Wysham. Volgens het
rapport is de Wereldbank allerminst een eerlijke tussenhandelaar
op de koolstofmarkten: Er bestaat weinig transparantie
rond de koolstofkredieten en de Bank brengt vooral niet
in rekening hoeveel emissie ze eigenlijk veroorzaak met
haar leningen.
Steenkoolcentrale
Een van voorbeelden uit het rapport is
de financiering van een steenkoolcentrale in de stad Mundra
in de Indiase deelstaat Gujarat. Het complex met een vermogen
van 800 megawatt kost 4,14 miljard dollar (2,6 miljard euro)
en is eigendom van de Indiase industriereus Tata
Group. Tata Motors, een
onderdeel van die groep, legde onlangs 2,3 miljard dollar
op tafel om de luxemerken Jaguar en Landrover over te kopen
van Ford. Je kan je afvragen hoeveel geld Tata eigenlijk
nodig heeft van de Wereldbank, zegt Wysham
De centrale van Mundra wordt de derdegrootste
uitstoter van broeikasgassen in India. Toch gaat de Wereldbank
op basis van dit project emissiekredieten aanbieden, omwille
van klimaatvriendelijke design van de kolenbrander.
Op deze bizarre markt krijgt rijk
land B emissiekredieten omdat het een van de rijkste multinationals
helpt zijn uitstoot te verminderen, zolang dat gebeurt in
een arm land, zegt Wysham. Volgens het rapport wil
de Wereldbank zijn invloed in de koolstofmarkten nog vergroten,
onder meer door te investeren in grootschalige bosbouwprojecten
op gronden waarop nu aan kleine boeren aan het werk zijn.
Het gezag dat de Wereldbank
heeft over de koolstoffondsen gaat in tegen de akkoorden
van Bali, zegt Redman. De handel in emissiekredieten
wordt volgens haar beter toevertrouwd aan de VN-Raamconventie
over Klimaatverandering (UNFCCC). (IPS)
|