|
Ontwikkelingslanden sceptisch over 'One
UN'
NEW YORK, 10 april 2007 - De ontwikkelingslanden
binnen de Verenigde Naties staan sceptisch tegenover de
plannen om de VN-hulp voor ontwikkeling, humanitaire crisissen
en duurzaamheid te stroomlijnen tot één programma,
één kantoor en één budget per
land. Ze stuurden hierover een brief naar VN-secretaris-generaal
Ban Ki-moon.
De brief is een initiatief van de Groep
van Ongebonden Landen (NAM) en de G77, twee groepen van
ontwikkelingslanden die samen twee derde uitmaken van de
192 leden tellende Algemene Vergadering. Ze waarschuwen
Ban Ki-moon ervoor niet overhaast van start te gaan met
een programma om de activiteiten van de VN te stroomlijnen
via één vertegenwoordiging per land.
Er is geen eenheidsmaat die iedereen
past, waarschuwen de ontwikkelingslanden. Ze vrezen
dat de reorganisatie de bevoegdheid van ontwikkelingslanden
in het gedrang zal brengen om zelf hun prioriteiten voor
ontwikkeling te definiëren en zelf te kiezen met wie
ze samenwerken.
Een vijftienkoppig panel van huidige en
voormalige wereldleiders publiceerde in november 2006 het
rapport Delivering as one waarin
het stelt dat de VN hun activiteiten inzake humanitaire
hulp, ontwikkeling en duurzaamheid beter op elkaar moeten
afstemmen.
Het initiatief onder de naam One
UN wil vermijden dat de verschillende VN-agentschappen
en -organisaties elkaar voor de voeten lopen en hetzelfde
werk doen. De kosten die op die manier worden bespaard moeten
in de eerste plaats de ontwikkelingslanden ten goede komen.
Acht landen hebben zich als vrijwilliger
aangemeld voor het One UN-programma.
Het gaat om Albanië, de Kaapverdische Eilanden, Mozambique,
Pakistan, Rwanda, Tanzania, Uruguay en Vietnam. De resultaten
worden in de loop van de volgende twaalf maanden geëvalueerd.
Daarna kunnen landen die dat willen zich bij het initiatief
aansluiten.
De G77 en de NAM drukken in de brief aan
Ban hun bezorgdheid uit over transversale themas
als mensenrechten, gelijke kansen en milieubescherming die
worden aangehaald als integraal onderdeel van de VN-ontwikkelingsactiviteiten.
Die themas, en ook humanitaire hulp, kunnen
worden misbruikt om internationale ontwikkelingssteun opnieuw
afhankelijk te maken van voorwaarden, wat voor ontwikkelingslanden
niet aanvaardbaar is, zo staat in de brief. De ontwikkelingslanden
wijzen er ook op dat ook de bilaterale ontwikkelingspartners,
de Wereldbank en het IMF bij het streven naar grotere coherentie
moeten worden betrokken.
Volgens Chee Yoke Ling van het in het
Maleisische Penang gebaseerde Third
World Network hebben landen van het Zuiden steeds
meer de indruk dat het Noorden de ontwikkelingsactiviteiten
van de VN wil laten aansluiten bij de agendas van
de Wereldbank en het IMF. De hervormingen lijken erop gericht
het economische en sociale mandaat van de VN te beperken
tot "ontwikkeling", zegt Chee Yoke Ling.
Voor James Paul van het in New York gevestigde
Global Policy Forum is het hele
concept van "coherentie" problematisch omdat het
de richting uitgaat van één enkele standaard
voor ontwikkeling, een standaard die erg neoliberaal getint
is. Het initiatief om de VN-activiteiten te stroomlijnen
beperkt de mogelijkheden van de verschillende organisaties
om zelf hun sociale en economische krachtlijnen uit te zetten,
denkt Paul.
Volgens de Noorse premier Jens Stoltenberg,
een van de voorzitters van het panel dat de plannen ontwierp,
laat het initiatief toe tot 20 procent van de kosten te
besparen door de activiteiten van de VN beter op elkaar
af te stemmen. We willen geen geld besparen voor de
donorlanden, maar om het te gebruiken voor ontwikkeling,
milieubescherming en humanitaire hulp, zei Stoltenberg
toen het rapport in november werd gepresenteerd. (IPS,
Thalif Deen)
|