|
Kinderen onder bestaansminimum
Door Herre de Vries
29 april 2007 - De gemeente Haarlem voert
sinds begin dit jaar een strenger sanctiebeleid tegen bijstandsgerechtigden.
Ze handelt daarmee in strijd met internationale verdragen.
Alle retoriek van het huidige kabinet over saamhorigheid
en fatsoen ten spijt, leiden eigen gemeentelijke regelingen
tot uitsluiting en rechteloosheid.
Met de in 2004 ingevoerde
Wet Werk en Bijstand wilde het kabinet Balkenende I zo veel
mogelijk mensen aan het werk krijgen. Deze wet bevatte een
aantal nieuwe regels, waarvan sommigen bijzonder repressief:
-Werk onder het opleidingsniveau
moet geaccepteerd worden. De term 'passende arbeid' is vervallen.
-Ontheffing van sollicitatieplicht mag alleen voor individuele
gevallen, niet meer voor specifieke groepen.
-Weigering van werk wordt
gesanctioneerd.
Daarvóór
werd de bijstand door de overheid geregeld. Het nieuwe kabinet
meende echter dat gemeenten beter in staat waren het "maatwerk"
te leveren om mensen weer tot werken te brengen. Ze kregen
voortaan een eigen budget om bijstand en reïntegratie
te betalen. Als er geld overblijft, bijvoorbeeld door bezuinigingen
in de vorm van zo goedkoop mogelijk uitbesteden van de reïntegratie
en door strafkortingen, mag dit vrij besteed worden.
Armoede en uitsluiting
De nieuwe afstemmingsverordening die per
1 januari 2007 in de gemeente Haarlem van kracht werd, is
zo'n voorbeeld van lokaal "maatwerk". In artikel
9, lid 2, van de verordening staat dat kan worden besloten
om bijstandsgerechtigden drie maanden in het geheel geen
uitkering te verstrekken. Deze maatregel kan in twee situaties
worden opgelegd: als mensen niet of onvoldoende meewerken
bij het vinden van werk ter vervanging van hun uitkering,
of als mensen door eigen toedoen hun werk kwijtraken.
Tot nu toe is deze maatregel twee keer
toegepast. In één geval treft het een gezin
met drie kinderen in de leeftijd van zes tot en met vijftien
jaar. Het valt te verwachten dat een sanctie tegen individuele
bijstandsgerechtigden gevolgen heeft voor alle gezinsleden.
Vooral kinderen vormen dan een kwetsbare groep, zij kunnen
immers niet zelf voor inkomsten zorgen en zijn volledig
afhankelijk van een verzorgende ouder.
In beide gevallen komen de gestraften onder het bestaansminimum
te leven. Zij worden in armoede gestort en daarmee uitgesloten
van elke vorm van deelname aan de maatschappij. Niet bepaald
een teken van beschaving.
De opschorting van de uitkering
is in strijd met het Europees Sociaal Handvest (ESH). Het
Europese Comité voor Sociale Rechten heeft in verband
met de Wet Werk en Bijstand in 2006 letterlijk het volgende
gezegd:
"Het verminderen of opschorten van bijstand is slechts
verenigbaar met het [Europees Sociaal] Handvest als het
betrokken individu niet onder het bestaansminimum komt."
Dat ook kinderen worden getroffen, is bovendien in strijd
met het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het
Kind (IVRK). Dit bepaalt dat kinderen recht hebben op een
levensstandaard die "toereikend is voor de lichamelijke,
geestelijke, intellectuele, zedelijke en maatschappelijke
ontwikkeling van het kind". Ouders hebben hiervoor
de primaire verantwoordelijkheid en staten moeten passende
maatregelen nemen om hen te helpen dit recht te verwezenlijken.
Ook wordt bepaald dat de belangen van het kind een eerste
overweging moeten vormen bij alle maatregelen die kinderen
treffen en wordt de staat verplicht de zorg en bescherming
te verzekeren die nodig zijn voor het welzijn van het kind.
Bezwaar maken en uitvechten
Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
meldde dat gemeenten vrij zijn zelf strafmaatregelen te
treffen in het kader van de Wet Werk en Bijstand Als deze
in strijd zouden zijn met internationale verdragen, dan
moest zeker in bezwaar gegaan worden. Het college en de
gemeenteraad van Haarlem zijn inmiddels aangeschreven door
een aantal sociale organisaties en advocaten uit Haarlem
en door Defence for Children International
(DCI).
Zij roepen de gemeente op ervoor te zorgen dat de bijstandsgerechtigden
en hun kinderen niet onder het bestaansminimum komen.
Het kan wel even duren voor deze kwestie is uitgevochten,
terwijl het probleem een directe oplossing vraagt. Bijstandsgerechtigden
hebben geen grote reserves, een korting op de uitkering
zal direct effect sorteren. Zeker als helemaal geen uitkering
meer binnenkomt.
Repressief optreden is in het huidige,
politieke klimaat in Nederland populair en de mogelijke
financiële meevallers die het in het geval van de Wet
Werk en Bijstand oplevert, maakt het extra aantrekkelijk.
Het sanctiebeleid van de gemeente Haarlem zal geen uitzondering
zijn. Gemeenten de vrije hand geven wetten verder uit te
werken met eigen regelingen leidt door dergelijke ongezonde
prikkels tot willekeur en sociale uitsluiting en ontneemt
in dit specifieke geval kinderen hun rechten.
Bron: Solidariteit
Commentaar 66 - 29 april 2007
|