|
Amerikaanse troepen krijgen nu ook Zuid-Irak
tegen zich
BASRA, 11 april 2007 - De golf van demonstraties
en betogingen in het zuiden van Irak deze week zijn een
nieuwe tegenslag voor de VS. De Zuid-Irakezen waren de Amerikaanse
troepen altijd genegen, maar zijn het aanhoudende geweld
en de onveiligheid moe.
Het Zuiden van Irak is tijdens de oorlog
altijd redelijk veilig geweest en de bevolking (vooral Sjiieten)
was de Amerikaanse troepen gunstig gezind. De Irakezen werkten
er zelfs samen met de Amerikanen door de maatregelen van
de overgangsregering en de Iraakse regeringen te steunen.
Het protest van tienduizenden Sjiieten
in de zuidelijke steden van Najaf en Kut op 9 april is een
duidelijke breuk met dat verleden. De betogers eisten de
terugtrekking van de Amerikanen, verbrandden de Amerikaanse
vlag en scandeerden Dood aan Amerika!.
We hebben geduld gehad en hebben
veel opgeofferd in de hoop dat de situatie op een dag beter
zou zijn, verwoordt Hussein Ali, een leraar uit Diwaniyah,
het ongenoegen van de Zuid-Irakezen. We zijn echter
meegesleurd in een moeras van broederhaat en hebben ons
bloed vergoten voor oorlogsleiders die alleen meer macht
en rijkdom willen vergaren.
Bij geweld na de betogingen van maandag
liet zeker één Amerikaanse soldaat het leven.
Een andere werd gewond in Diwaniyah, 180 kilometer ten zuiden
van Bagdad.
Daar vechten het Mahdi-leger van de radicale
Sjiitische geestelijke Muqtada al-Sadr en de Amerikaanse
troepen al enkele dagen tegen elkaar, nadat Muqtada al-Sadr
zijn militieleden had opgeroepen hun aanvallen voortaan
op de bezetter te richten en niet op Irakezen.
De Amerikanen hebben extra troepen naar
de stad gestuurd om raids uit te voeren en rebellen op te
pakken. De nieuwe golf van geweld is een zware klap voor
de Amerikaanse troepen, die het zo al moeilijk genoeg hebben
om de rust te bewaren en met Zuid-Irak de laatste steunpilaar
voor hun aanwezigheid in het land dreigen kwijt te spelen.
Volgens Mahmood al-Lamy, historicus in
Basra, is de toestand kritiek. Basra is de grootste
zuidelijke stad en de enige Iraakse stad met een haven in
de Golf. Het wordt nu gecontroleerd door verschillende milities
die elkaar bevechten over de oliesmokkel, die onder de Amerikaanse
bezetting floreert. Al-Lamy vreest dat de situatie
de komende maanden nog verslechtert.
Ook Iraakse overheidsfunctionarissen zien
nog weinig goeds komen van de Amerikanen. We hebben
de Amerikaanse bedoelingen verkeerd beoordeeld en hebben
dat te laat beseft, zegt Salman Yassen van de gemeenteraad
van Basra. Vier jaar hebben de Amerikaanse en Iraakse
autoriteiten ons bezig gehouden door elkaar te bevechten,
terwijl ze plannen opzetten om onze olie te stelen en het
land te verscheuren.
Het minste wat we kunnen zeggen,
is dat de wereld veel beter af was geweest zonder de Amerikanen
en de veiligheidscatastrofe die ze hebben veroorzaakt,
besluit Ahmed Jabbar, een voormalige Irakese politiekolonel.
(IPS, Ali al-Fadhily)
|